Paragraaf lokale heffingen

Terug naar navigatie - - Paragraaf lokale heffingen

Hieronder treft u een beknopte uiteenzetting aan van de omvang van het huidige pakket aan belastingen en van het beleid met betrekking tot de jaarlijks vast te stellen tarieven en de kwijtschelding van belastingen.
Ook worden de effecten van dat beleid afgezet tegen de landelijke en provinciale woonlasten.

Overzicht belastingen en heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf lokale heffingen - Overzicht belastingen en heffingen

Onroerendezaakbelastingen
De onroerendezaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen waarvan de opbrengst tot de algemene middelen behoort en dus naar eigen inzicht kan worden besteed. De hoogte van de aanslagen is zowel afhankelijk van de waarde van een object, zoals die elk jaar wordt bepaald op basis van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ), als van de door de raad vastgestelde tarieven. 
Er wordt onderscheid gemaakt tussen tarieven voor eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen. 

Roerende woon- en bedrijfsruimteheffingen
Deze qua omvang bescheiden heffingen, zijn een tegenhanger van de onroerendezaakbelastingen. Het kenmerkende verschil is, zoals de naam van deze belastingen al doet vermoeden, dat zij zich richten op roerende zaken die bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, zoals bedrijfsvaartuigen en woonboten. 
De hoogte van de heffing is gekoppeld aan de WOZ-waarde van die objecten. Net als de onroerendezaakbelastingen kennen ook deze belastingen drie tarieven.

Forensenbelasting
De forensenbelasting wordt geheven van een natuurlijke persoon die voor hemzelf of zijn gezin (meer dan) negentig dagen een gemeubileerde woning binnen de gemeente beschikbaar houdt (veelal een tweede woning). Bijkomende eis is, dat diegene geen hoofdverblijf houdt binnen de gemeente waar de woning is gelegen. De belasting is gekoppeld aan de hoogte van de WOZ-waarde van de woning. Dat is dezelfde waarde als wordt gebruikt voor de onroerendezaakbelastingen.

Toeristenbelasting
Met ingang van 1 januari 2021 is de toeristenbelasting ingevoerd. De toeristenbelasting is een algemene belasting en daarmee een algemeen dekkingsmiddel. 
De belasting is gebaseerd op de gedachte dat door personen die binnen de gemeentegrenzen verblijven en niet zijn ingeschreven in het BRP, maar wel gebruik maken van de (algemene) gemeentelijke voorzieningen, een bijdrage leveren aan deze algemene voorzieningen. De belasting moet dan ook worden gezien als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeente voor de instandhouding van die voorzieningen. De belasting wordt verschuldigd voor het houden van verblijf met overnachting tegen vergoeding en wordt geheven van degene die verblijf biedt. Deze is dan op grond van regelgeving bevoegd de belasting te verhalen op de persoon of personen die verblijf houden.

Reclamebelasting
Deze belasting wordt geheven voor het doen van openbare aankondigingen (reclame-uitingen). Het tarief is een vast bedrag per jaar per vestiging. In de praktijk betalen voornamelijk de eigenaar/gebruikers van winkelruimten in het centrum van Dokkum deze belasting.  
Vanwege een overeenkomst met Stichting Ondernemersfonds Dokkum, wordt de jaarlijkse opbrengst onder aftrek van perceptiekosten (gemeentelijke kosten om deze belasting te heffen en te innen) uiteindelijk teruggegeven aan de Stichting. De gelden dienen dan te worden aangewend voor diverse promotionele activiteiten gericht op versteviging van de economische positie van de binnenstad van en haar winkelbestand.

Parkeerbelastingen
Deze belastingen worden geheven voor het parkeren van motorvoertuigen waar dat alleen tegen betaling is toegestaan. En voor de afgifte van een vergunning om op een betaalde plaats te mogen staan zonder de meter in werking te stellen. Het zogenoemde belanghebbende parkeren. 
De gemeente is vrij om de hoogte van de tarieven te bepalen. Dat geldt niet voor het tarief als niet of niet tijdig voor het parkeren is betaald. In dat geval ontvangt de houder van het kenteken een naheffingsaanslag (“parkeerbon”) waarvan de maximale hoogte wettelijk is vastgesteld. Voor het jaar 2025 is dat maximum 
€ 78,80.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een zogenaamde bestemmingsheffing. De opbrengst vloeit niet naar de algemene middelen, maar dient ter dekking van de kosten van afvalinzameling en –verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtschelding volledig worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing (100% kostendekking). In de tariefstelling wordt onderscheid gemaakt tussen een- en meerpersoonshuishoudens. Hiermee wordt invulling gegeven aan het principe “de vervuiler betaalt”.

Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door middel van de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen die op dat stelsel zijn aangesloten. De gemeente heeft naast de zorgplicht voor gemeentelijk afval- en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. De opbrengst van de rioolheffing, met als uitgangspunt 100% kostendekking (inclusief kosten van kwijtschelding) wordt gebruikt om de voorzieningen, die dienen voor de uitvoering van genoemde zorgplicht, te bekostigen. 

Leges
Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingegaan. De Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. 

Voor elk van de belastingverordeningen waarbij sprake is van kostenverhaal, zoals de hiervoor aangehaalde verordeningen afvalstoffen- en rioolheffing, moet inzichtelijk worden gemaakt, dat de totale geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale lasten van de verordening. 
Deze opbrengstnorm ziet op de verordening in haar totaliteit, maar anders dan in bijvoorbeeld de Verordening rioolheffing of afvalstoffenheffing worden in de Legesverordening heel veel verschillende diensten van een tarief voorzien. Voorbeelden zijn paspoorten, rijbewijzen, huwelijksvoltrekkingen, omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen en drank- en horecavergunningen. 

De diensten waarvoor leges worden geheven, zijn in de Legesverordening op samenhang geclusterd.
• Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening; 
• Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; 
• Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

Onder hoofdstuk 1 vallen met name de legestarieven voor diensten van Burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen en huwelijksvoltrekkingen). 
Onder hoofdstuk 2 vallen de legestarieven voor diensten die verleend worden in het kader van de Omgevingswet. 
Onder hoofdstuk 3 vallen de legestarieven voor diensten die uitsluitend verleend worden aan ondernemers zoals de vergunningen in het kader van de Alcoholwet, de evenementenvergunning en de vergunning voor seksbedrijven. 

Kruissubsidiëring
Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten.  Ook binnen hoofdstuk 2 is kruissubsidiëring toegestaan en ook tussen hoofdstuk 1 en 2. Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder hoofdstuk 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergunning uit hoofdstuk 2. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen hoofdstuk 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Voor elk van de tarieven van die Titel geldt de norm van maximaal 100% kostendekking.

Kostendekking (ANG-model)
Met ingang van het jaar 2021 is besloten om voor hoofdstuk 1 tot en met 2 van de legesverordening de tarieven op een zodanig niveau vast te stellen dat (al dan niet met gebruikmaking van kruissubsidiering) ernaar wordt gestreefd dat 100% van de lasten wordt verhaald. Dit wordt niet voor hoofdstuk 3 toegepast omdat de effecten daarvan te veel op maatschappelijke en economische weerstand stuitten. 
Uitgangspunt voor de berekening van de lasten is het zogenoemde ANG-model. Ook voor het jaar 2025 is dat model leidend voor de in aanmerking te nemen geraamde lasten per hoofdstuk. Gezien de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging wordt gewerkt met voorlopige aannames. De aanpassing van wet- en regelgeving zorgt ook voor een verschuiving in de te maken kosten ten aanzien van vergunningen, maar ook in de mogelijkheid om leges te innen. 

Liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen
Ofschoon de groep van belastingplichtigen in belangrijke mate dezelfde is als die voor de roerende woon- en bedrijfsruimteheffing, dient deze heffing toch een ander doel. De roerende woon- en bedrijfsruimte is een echte belasting zoals de onroerendezaakbelastingen. Daarmee zijn de middelen van die belasting vrij aanwendbaar.

De heffing liggelden woonschepen en bedrijfsvaartuigen is daarentegen een retributie, die dient tot verhaal van gemeentelijke kosten voor de instandhouding van ligplaatsen. De houder van de ligplaatsvergunning is belastingplichtig en betaalt per jaar een in de belastingverordening opgenomen vast bedrag.

Bruggelden
Onder de naam “bruggelden” wordt een recht geheven voor het door de gemeente openen en geopend houden van een brug voor het doorlaten van een vaartuig. Het gaat daarbij om een drietal in de belastingverordening nader aangeduide bruggen over de Dokkumer Ee. Afhankelijk van welke brug men passeert, variëren de tarieven per passage.

Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers
Op grond van deze belastingverordening worden rechten geheven van houders van pleziervaartuigen en campers die gebruik maken van respectievelijk lig- en standplaatsen die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn.  De heffing ziet hoofdzakelijk op passanten. Voor zover zij tevens nachtverblijf houden tegen vergoeding is ook toeristenbelasting verschuldigd. 
De hoogte van de heffing voor liggelden is afhankelijk van de lengte van het schip en de duur van het verblijf. Voor Campers wordt steeds een vast bedrag per dag per standplaats in rekening gebracht.

Rioolaansluitrecht
Nog slechts zelden worden op fiscale wijze de kosten verhaald voor het aansluiten van bestaande panden op het gemeentelijke rioolnet. In die sporadische gevallen voorziet de verordening rioolaansluitrecht in een eenmalige heffing. De belasting wordt geheven van de aanvrager van de dienst.

Lijkbezorgingsrechten
Op basis van deze belastingverordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en de daarmee samenhangende diensten. Zowel het gebruik als de aard van de af te nemen diensten kennen veel verschijningsvormen, die in de bij de verordening behorende tarieventabel met naam en toenaam limitatief zijn genoemd.

Tarieven- en kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf lokale heffingen - Tarieven- en kwijtscheldingsbeleid

Tarievenbeleid

  • Voor zover geen ander beleid of andere overwegingen gelden, worden de tarieven van de belastingen, heffingen en rechten verhoogd met de stijging van het consumentenprijsindexcijfer. Voor het jaar 2025 is daarbij uitgegaan van een inflatiepercentage van 1,9 %, gebaseerd op de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) van het Centraal Planbureau.
  • Voor de afvalstoffen- en rioolheffing wordt een kostendekking aangehouden van 100%. 
  •  Voor de toeristen- en parkeerbelastingen geldt, dat zij dienen als instrumentarium en daarmee als onderdeel van een veel meer omvattend beleid over toerisme en de bereikbaarheid van winkelkernen. De tariefontwikkelingen van die belastingen zijn dan ook zelden autonoom, maar vaak gekoppeld aan de gewenste richting op genoemde beleidsterreinen. In onderhavig jaar is er geen tariefstijging aangehouden.
  • Voor de leges is aansluiting gezocht bij het ANG-model.
  • Het tarief voor de reclamebelasting is vastgesteld op € 485. Dit is een vast bedrag, tenzij het bestuur van de stichting met een voorstel komt om het tarief te verhogen. 

Kwijtscheldingsbeleid
Met het hanteren van een kwijtscheldingsregeling geeft de gemeente een deel van zijn burgers de mogelijkheid om voor een lagere belastingaanslag in aanmerking te komen. De ruimte om een eigen gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid te voeren is beperkt. De criteria waaraan kwijtscheldingsverzoeken getoetst worden, zijn op rijksniveau vastgesteld. Wel mogen gemeenten zelf bepalen van welke belastingen zij kwijtschelding verlenen en welk deel van de belastingaanslag wordt kwijtgescholden.

De aanslagen onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing komen in principe voor kwijtschelding in aanmerking. De gemeente Noardeast-Fryslân maakt gebruik van de ruimst mogelijke normen voor kwijtschelding, te weten de 100% bijstandsnorm en 100% AOW-norm. 
Dit geldt tevens voor de vermogenstoets, waarbij ook de ruimst mogelijke extra vermogensvrijstelling gehanteerd wordt. 
Voor het belastingjaar 2025 is een bedrag van € 322.000 kwijtgescholden. Begroot was € 400.000. Dit totaalbedrag is nagenoeg gelijk toe te kennen aan de afvalstoffenheffing en ook rioolheffing.

Belastingopbrengsten 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf lokale heffingen - Belastingopbrengsten 2025

In de begroting wordt jaarlijks een beeld geschetst van de te verwachten opbrengsten van de belastingen, rechten en heffingen en in de jaarrekening een beeld van de daadwerkelijk gerealiseerde bedragen. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van die begrote en gerealiseerde opbrengsten voor het jaar 2025.

Opbrengsten belastingen (bedragen x  € 1.000)

Belasting soort Begroot Werkelijk Verschil
OZB-eigenaar woningen  7.547 7.522 -25
OZB-eigenaar niet-woning 2.845 2.930 85
OZB-gebruiker 1.764 1.828 64
RWBR 1 1 0
Forensenbelasting 238 258 20
Toeristenbelasting 588 648 60
Parkeerbelastingen 312 323 12
Reclamebelasting 89 88 -1
Afvalstoffenheffing 4.508 4.482 -25
Rioolheffing 4.971 5.002 31
Liggeld woonschepen en bedrijfsvaartuigen 4 4 0
Lig- en staangeld pleziervaartuigen/campers 4 3 -1
Bruggelden 93 87 -5
Leges 2.074 1.992 -82
Lijkbezorgingsrechten 518 340 -178
Totaal 25.555 25.509 -47

 

Leges (bedragen x  € 1.000)

  Begroot Werkelijk Verschil
Titel 1 Algemene Dienstverlening 1.086 1.009 -77
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 942 953 10
Totaal Titel 1 en 2 2.029 1.962 -67
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijnen 45 30 -15
Totaal Legesverordening 2.074 1.992 -82

Woonlasten Noardeast-Fryslân

Terug naar navigatie - Paragraaf lokale heffingen - Woonlasten Noardeast-Fryslân

Voor een beeld van de lokale lastendruk van Noardeast-Fryslân in vergelijking met andere gemeenten, gebruiken we de cijfers die zijn ontleend aan de “Coelo Atlas van de lokale lasten 2025”. Daarbij maken we onderscheid tussen de ontwikkeling van de woonlasten voor de eigenaar-bewoner en de huurder. En daarbinnen weer tussen een- en meer-persoonshuishoudens. Het Coelo berekent tegenwoordig de woonlasten over de gemiddelde WOZ-waarde per gemeente van de koopwoningen. Voorheen werd  uitgegaan van de gemiddelde waarde van koop- en huurwoningen tezamen. De gemidddelde woningwaarde waar het Coelo mee rekent ligt dus hoger dan de gemiddelde woningwaarde die de gemeente gebruikt om de tarieven te berekenen. Volgens het Coelo is de gemiddelde WOZ-waarde 2025 van koopwoningen in de gemeente Noardeast-fryslân € 339.000.

Landelijk beeld
Een meerpersoonshuishouden met een eigen woning betaalde in 2025 gemiddeld € 1.053 aan de gemeente,  in 2024 was dit € 994. Dit is dus een stijging met 5,94 % ten opzichte van 2024.

Huurders betaalden gemiddeld € 480 aan de gemeente. Dat is 3,2% meer dan in 2024.  

Lokaal beeld
In onderstaande tabellen zijn de gemiddelde woonlasten van Noardeast-Fryslân voor het jaar 2025 weergegeven en de plek van de gemeente binnen de provinciale rangorde. Ook is zowel in euro’s als procentueel de afwijking ten opzichte van het Friese gemiddelde opgenomen.

 

Woonlasten 2025 eigenaar - bewoner

Gemeente Eenpersoons Meerpersoons Rangorde provinciaal meerpersoons Rangorde landelijk meerpersoons
Noardeast-Fryslân 834 906 10 47
Gemiddelde in Friesland 811 927    

 

De provinciale rangorde is in 2025 in vergelijk met 2024 iets gewijzigd. Van de 18 gemeenten binnen de provincie staat Noardeast-Fryslân op plek 10 (was 11). Nummer 1 heeft de laagste woonlasten (Ameland)
en nummer 18 de hoogste (Schiermonnikoog).

 

Verhouding t.o.v Fries gemiddelde Eenpersoons Meerpersoons
In procenten 2,85% -2,3%
In euro's 23 -21

 

Woonlasten 2025 huurder

Gemeente Eenpersoons Meerpersoons Rangorde provinciaal meerpersoons Rangorde landelijk meerpersoons
Noardeast-Fryslân 411 482 10 171
Gemiddelde in Friesland 350 470    

Ook voor de huurder met een meerpersoonshuishouden geldt, dat de provinciale positie in 2025 ten opzichte van 2024 is gewijzigd. Van plek 16 naar 10. Nummer 1 heeft de laagste woonlasten (Weststellingwerf) en
nummer 18 de hoogste (Waadhoeke). Ook is de landelijk positie verbeterd. Daar is de gemeente in de rangorde van “goedkoopste” gemeenten gestegen van plek 188 naar plek 171. 

Verhouding t.o.v Fries gemiddelde Eenpersoons Meerpersoons
In procenten 17,45% 2,5%
In euro's 61 12

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

De Gemeente Noardeast-Fryslan acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is het weerstandsvermogen berekend.

Risicoprofiel

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicoprofiel

Om de risico's van de gemeente in kaart te brengen is een risico-inventarisatie uitgevoerd in samenwerking met de betrokken medewerkers uit de organisatie. Hierbij is gebruik gemaakt van het softwareprogramma NARIS waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld. Uit de inventarisatie zijn 48 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht wordt de top 10 van deze risico’s gepresenteerd die de hoogste bijdrage leveren aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Deze top 10 risico’s bepalen gezamenlijk voor 79% het noodzakelijke weerstandsvermogen. 

Met deze risico-inventarisatie wordt er meer inzicht in de aanwezige risico’s gegeven en stelt organisatie en bestuur in staat beter te sturen op de beheersing van risico’s en te bepalen welk weerstandsvermogen nodig is om financiële schade voortkomend uit risico’s te ondervangen. In tabel 1 treft u een overzicht aan van de top-10 risico’s van de gemeente Noardeast-Fryslân.

Tabel 1: belangrijkste financiële risico's

Risiconummer Risico Kans Financieel gevolg  Invloed
R309

Virussen en/of hacking.

30%

max. € 5.000.000

27.71%

R173

Toename van het aantal jeugdvoorzieningen door meer aanvragen dan verwacht.

35%

max. € 1.750.000

14.99%

R321

Uitblijven nieuwe huisvesting gemeentewerven.

70%

max. € 1.000.000

9.01%

R162

Prijsstijging van uit te besteden werk. Vertraging in leveringen. Prijsstijging lonen, inkoop bouwmateriaal en materieel.

70%

max. € 800.000

6.83%

R318

Toename aantal uitkeringsgerechtigden (BUIG).

30%

max. € 1.500.000

4.87%

R313

Budgetten tractie en randapparatuur vervanging en onderhoud onder druk.

70%

max. € 500.000

4.29%

R316

Toezeggingen Project Zorg en Onderwijs.

50%

max. € 500.000

3.64%

R319 

Toename complexiteit casussen Jeugdzorg.

50%

max € 500.000

3.05%

R311

Bezuinigingen worden niet gerealiseerd.

50%

max.€ 400.000

2.52%

R317

Toename aantal en omvang aanvragen woningaanpassingen.

50%

max.€ 200.000

1.85%

 

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie in NARIS uitgevoerd. De risicosimulatie is toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag niet nodig is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Tabel 2 toont de resultaten van de risicosimulatie.

Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Percentage Bedrag
5 % € 1.414.049
10 % € 1.719.267
15 % € 1.957.936
20 % € 2.173.369
25 % € 2.382.952
30 % € 2.606.752
35 % € 2.842.428
40 % € 3.096.210
45 % € 3.365.268
50 % € 3.641.564
55 % € 3.931.238
60 % € 4.246.452
65 % € 4.605.703
70 % € 5.030.385
75 % € 5.542.139
80 % € 6.094.998
85 % € 6.661.108
90 % € 7.267.628
95 % € 8.071.058

 

Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van afgerond € 7.268.000. Dit wordt ook wel het benodigde weerstandscapaciteit genoemd. 

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Noardeast-Fryslan bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In het geval van de gemeente Noardeast-Fryslân is dat de Algemene reserve en de post onvoorzien.

Weerstand Bedrag
Algemene reserve € 13.758.000
Algemene reserve ter dekking van risico’s € 7.268.000
Post onvoorzien € 101.000
Totale weerstandscapaciteit € 21.127.000

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. 

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit                 € 21.127.000

                                                                     _____________________________________ =            ________________ = 2,91

                                                                    Benodigde weerstandscapaciteit                  €  7.268.000

De normtabel hieronder is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio.

Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A >2.0 uitstekend
B 1.4-2.0 ruim voldoende
C 1.0-1.4 voldoende
D 0.8-1.0 matig
E 0.6-0.8 onvoldoende
F <0.6 ruim onvoldoende

Het weerstandsvermogen valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Echter, het weerstandsvermogen alleen zegt niet zoveel over de financiële positie van de gemeente. Om een beter beeld te krijgen van de financiële positie moeten verschillende kengetallen, opgenomen onder het kopje ‘Kengetallen’ in samenhang beoordeeld worden. Alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding geeft dit een goed beeld van de actuele financiële positie.

Kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen

Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van gemeenten. Om dit te bereiken is de BBV op dit onderdeel aangepast en wordt deze paragraaf uitgebreid met de volgende kengetallen voor:

-    Netto schuldquote;
-    Solvabiliteitsratio;
-    Grondexploitatie;
-    Structurele exploitatieruimte;
-    Belastingcapaciteit.

Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente.

Netto Schuldquote/Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Hoe hoger de schuld hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote laat de verhouding zien tussen de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen van de gemeente en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- en exclusief doorgeleende gelden weergegeven.

  Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Netto schuldquote 39% 83% 38% 94% 119% 122%
Netto schuldquote (excl. doorgeleende gelden) 34% 79% 33% 89% 114% 117%

De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Bij deze signaalwaarde is sprake van een relatief hoge schuldendruk. Voor Noardeast-Fryslân kan vastgesteld worden dat er geen sprake is van een hoge schuldendruk, ook al is de verwachting dat de netto schuldquote stijgt. Het verschil tussen de begrote schuldquote in 2025 (83%) en de werkelijke schuldquote (38%) wordt verklaard doordat er minder leningen hoefden te worden aangetrokken. Dit komt doordat niet alle begrote investeringen daadwerkelijk tot uitgaven hebben geleid.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio (= Eigen Vermogen/ Totaal Vermogen) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe weerbaarder de gemeente is.

  Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Solvabiliteit 27% 17% 29% 16% 13% 12%

Harde normen voor de waarde die de solvabiliteit zou moeten hebben, zijn er niet. De signaalwaarde voor de solvabiliteit bedraagt 5%, bij een lagere uitkomst heeft de gemeente een hoge schuldbelasting van het bezit. De Solvabiliteit van een gemeente is relatief laag doordat veel van de activa van de gemeente niet verhandelbaar is. Een solvabiliteit van rond de 20% is voor een gemeente goed te noemen. Om dit niveau vast te houden kan de Algemene reserve slechts beperkt aangewend worden, de raad heeft geen minimumniveau voor wat betreft de Solvabiliteit vastgesteld. Het grote verschil tussen de begrote en werkelijke solvabiliteit in 2025  wordt grotendeels verklaard doordat de vrijval van de onderhoudsvoorzieningen (afgerond € 11,3 mln.)  in het resultaat over 2025 is verwerkt en op de balans eind 2025 is gepresenteerd onder het eigen vermogen. In de resultaatbestemming 2025 wordt voorgesteld om deze vrijgevallen middelen volledig te storten in afzonderlijke bestemmingsreserves inzake onderhoud. Ook deze nieuw te vormen bestemmingsreserves zullen een onderdeel vormen van het eigen vermogen.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten uit de exploitatie. Omwille van de vergelijkbaarheid van jaar op jaar is voor alle jaren uitgegaan van grondwaarden exclusief niet in exploitatie genomen gronden (zoals vanaf de jaarrekening 2016 voorgeschreven door het BBV).

  Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Grondexploitatie 3% 3% 2% 3% 2% 1%

Het lage percentage geeft aan dat de grondposities van de gemeente zeer beperkt zijn.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal laat zien hoeveel structurele exploitatieruimte er beschikbaar is. Het wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten te vergelijken met de totale baten.

  Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Structurele exploitatieruimte -7% 2% 3,5% 1,6% 0,8% -1,8%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale lasten woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar “t” te vergelijken met het landelijke gemiddelde in jaar “t-1” in en uit te drukken in een percentage.

  Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Belastingcapaciteit 87% 87% 86% 86% 86% 86%

De tabel laat zien dat de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Noardeast-Fryslân onder het landelijk gemiddelde ligt. 

Paragraaf financiering

Terug naar navigatie - - Paragraaf financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Inleiding

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in de begroting in afzonderlijke paragrafen beleidsrichtlijnen vastgelegd over relevante beheersmatige aspecten. In de beheers verordening naar artikel 212 van de Gemeentewet geeft de raad het kader aan.

In het Treasurystatuut van de gemeente Noardeast-Fryslân, staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering van het treasurybeleid is weergegeven in de paragraaf financiering.

Renteontwikkeling

Een belangrijke factor bij de uitvoering van het treasurybeleid is de verwachte renteontwikkeling. Het rentebeleid van de ECB heeft veel invloed op de hoogte van de rentetarieven voor gemeenten. In de eerste helft van het jaar verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de rente meerdere keren. In de tweede helft van 2025 werden geen verdere aanpassingen doorgevoerd, omdat de inflatiecijfers zich rond het streefniveau stabiliseerden. De depositorente van de ECB is per 31-12-2025 2%. 

Bij stabiele inflatie, waarbij de inflatie rond de doelstelling van 2% blijft, hanteert de ECB doorgaans een neutraal monetair beleid. Dit houdt in dat er geen ingrijpende wijzigingen in de rentetarieven of andere beleidsinstrumenten worden doorgevoerd.

Kasbeheer
De gemeente Noardeast-Fryslân voert haar betalingsverkeer voornamelijk via de BNG Bank uit. Daarnaast wordt de Rabobank gebruikt voor het afstorten van contant geld en als service voor klanten. Het saldo op deze rekening wordt periodiek overgeboekt naar de BNG-rekening.

Met de BNG Bank is een financieringsovereenkomst afgesloten voor één jaar, die jaarlijks op 1 januari stilzwijgend wordt verlengd.

Bij de Rabobank is geen kredietfaciliteit beschikbaar. De gemeente Noardeast-Fryslân kan echter tot de kasgeldlimiet (8,5% van het totale budget) voor een bepaalde periode kortlopende leningen aangaan. 

Het banksaldo van Noardeast-Fryslân is gedurende 2025 altijd positief geweest. 

Schatkistbankieren
Schatkistbankieren voor decentrale overheden is wettelijk verankerd in de Wet FIDO en heeft als doel de EMU-schuld van de collectieve sector te verlagen. Omdat schatkistbankieren verplicht is, moeten decentrale overheden alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taken in de schatkist onderbrengen. Er is echter een drempelbedrag van toepassing, afhankelijk van de financiële omvang van de decentrale overheid. Per 1 juli 2021 is deze drempel verhoogd van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal naar 2%, met een minimum van €1.000.000.

De overtollige middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt en op elk moment kan opnemen (zie hiervoor ook overzicht schatkistbankieren), worden vergoed met daggeldrente tegen het Euro Short-Term Rate-tarief (€STR).

Renterisicobeheer
De gemeente loopt renterisico wanneer nieuwe leningen moeten worden afgesloten (herfinanciering) of wanneer een renteherziening plaatsvindt. Om dit risico te beheersen, is in de wet FIDO een renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm is ingevoerd om te voorkomen dat de rentelasten plotseling stijgen door aflossingen en het aangaan van nieuwe leningen. Voor gemeenten mag deze norm niet meer dan 20% van het begrotingsbedrag aan het begin van het begrotingsjaar bedragen. Hieronder volgt de berekening van de renterisiconorm.

  Bedragen x € 1.000
Begrotingstotaal (excl. reserve mutaties) 178.102
Renterisico percentage 20 %
Renterisiconorm 35.620

In onderstaande tabel wordt het renterisico getoetst aan de renterisiconorm.

  Bedragen x € 1.000
Renterisico (renteherziening en aflossing) 5.377
Renterisiconorm 35.620
Ruimte onder renterisiconorm 30.244

Uit bovenstaande berekening blijkt dat de gemeente Noardeast-Fryslân ruimschoots binnen de grenzen van de renterisiconorm blijft.

Kasgeldlimiet

Het kasgeldlimiet (het bedrag waarvoor op basis van kortgeld financiering mag worden aangetrokken) bedraagt 8,5% van het gemeentelijke budget bij aanvang van het begrotingsjaar 2025. Het kasgeldlimiet voor het jaar 2025 was € 15.138.670 (8,5% van € 178.102.000). In februari 2025 is een lening van € 10.000.000 afgesloten met een looptijd van één jaar. Deze lening was noodzakelijk vanwege een laag banksaldo en de verwachting van hoge uitgaven. 

Het is toegestaan om tijdelijk, gedurende drie opeenvolgende kwartalen, het kasgeldlimiet te overschrijden. In 2025 is het kasgeldlimiet niet overschreden.

Lening positie
De totale langlopende schuld (langer dan één jaar) van de gemeente per 31 december 2025 bedraagt € 58.320.000, waarvan aan derden is doorgeleend een bedrag van € 2.959.122. In onderstaande tabel wordt het verloop van de leningen weergegeven.

  Bedragen x € 1.000
Schuld per 01-01 63.697
Aflossingen -5.377
Nieuwe leningen -
Schuld per 31-12 58.320

 

Kredietrisico op verstrekte geldleningen
De gemeente staat borg voor een aantal geldleningen. Gezien het feit dat voor de meeste van deze leningen het Waarborgfonds Sociale Woningbouw garant staat, kan het directe risico als minimaal worden beschouwd. Het indirecte risico is wel aanwezig. Dit risico ontstaat wanneer een willekeurige landelijke woningcorporatie niet meer aan haar betalingsverplichting kan voldoen (denk hierbij aan Woningcorporatie Vestia) en het WSW-garantievermogen daalt tot beneden 0,25%, van het totale geborgde vermogen. Mocht dit voorkomen dan zullen de gezamenlijke gemeenten voor 50% van deze schuld (na uitputting van het garantievermogen en betaling van de directe schadegemeentes) verplicht zijn deze overblijvende schuld, via een renteloze lening te verstrekken. Het risico is dan in beginsel de rentederving op deze verstrekte lening. 

Wet HOF

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Wet HOF

Wet HOF
In de wet Houdbare Overheids Financiën (wet HOF) worden de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Elke gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde. Deze is afgeleid van het plafond voor het EMU-saldo van de gezamenlijke gemeenten. De VNG adviseert gemeenten om niet te sturen op deze EMU-referentiewaarde. Dat verhindert een uitruil van plussen en minnen tussen gemeenten ten opzichte van de individuele EMU-referentiewaarde en leidt mogelijk tot een onnodig uitstel van investeringen door gemeenten. In plaats daarvan kunnen gemeenten beter sturen op de ontwikkeling van de hoogte van de schuld. Als gemeente Noardeast-Fryslân hebben wij aandacht voor de schuldpositie van onze gemeente via de jaarstukken en begroting en de daarin verplicht opgenomen paragraaf Financiering. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de gemeente Noardeast-Fryslân geen specifiek schuldenbeleid heeft.

Renteverdeling
De rentekosten worden verdeeld aan de taakvelden op basis van een omslagrente. Hierbij worden de totale rentekosten eerst gecorrigeerd met de doorgeleende geldleningen en de toerekening aan de grondexploitaties. In onderstaande tabel wordt het renteschema weergegeven.

  Bedragen x € 1.000
Rentelasten korte en lange financiering -1.812
Externe rentebaten schatkistbankieren 534
Externe rentebaten verstrekte langlopende leningen 156
Externe rentebaten kort geld 2
Totaal door te rekenen rente -1.120
Rente van projectfinanciering door te belasten aan taakvelden 102
Rentebaten van projectfinanciering door te belasten aan taakvelden -102
Saldo door te berekenen rente -1.120
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
Aan taakvelden toe te rekenen rente  -1.120
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (=rente-omslag 0,71%) 1.086
Werkelijk aan bouwgrondexploitatie toegerekend (=rente-omslag 0,71%) 39
Renteresultaat op treasury 5

Het verschil tussen de totaal aan taakvelden toegerekende rente (€ 1.120.000) en het werkelijke totaal aan rentelasten (€ 1.125.000) bedraagt € 5.000. Dit komt overeen met 0,45% afwijking van de werkelijke rente en blijft daarmee binnen de maximaal toegestane afwijking van 25% bij de jaarrekening. 

EMU-saldo
In 2004 hebben Rijk en medeoverheden afgesproken dat het EMU-tekort van medeoverheden maximaal -0,5% BBP mag bedragen. Deze beperking vloeit voort uit de Europese saldogrens van 0,3% BBP die geldt voor de volledige Nederlandse collectieve sector. Wanneer het saldo positief is, is er sprake van een vorderingenoverschot, als het saldo negatief is, spreekt men over een vorderingentekort. Er is voor 2025 sprake van een EMU-tekort. Onderstaande bedragen zijn x € 1.000.

    Bedragen x  € 1.000
Exploitatiesaldo vóór mutaties reserves   11.474
Mutaties (im)materiële vaste activa -/- 10.674
Mutaties voorzieningen +/+ -6.338
Mutaties voorraden (inclusief bouwgrondexploitatie) -/- -1.407
Berekend EMU-saldo   -4.131

 

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

De gemeente Noardeast-Fryslân heeft 12.358.360 m2 openbare ruimte in beheer. Er vinden veel activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig, zoals wegen, riolering, kunstwerken, (zoals bruggen, tunnels en kademuren) groen, verlichting en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de manier waarop Noardeast-Fryslân omgaat met het onderhoud van deze kapitaalgoederen. Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een substantieel deel van de begroting en een integraal overzicht is belangrijk voor een goed inzicht in de financiële positie van de gemeente.

De gemeente Noardeast-Fryslân heeft ruwweg de volgende arealen in onderhoud:

Areaal Onderverdeeld Aantal  in
Gebouwen Gemeentelijke gebouwen 76 st.
Groen Bomen 32.777 st.
  Natuurlijke beplanting 970.893 m2
  Hagen 24.222 m2
  Gras 5.947.256 m2
  Cultuurbeplanting 109.047 m2
  Speeltoestellen 610 st.
  Sportvelden 83 st.
  Parkmeubilair (bankjes, afvalbakken, etc.) 1.564 st.
Verhardingen Verhardingen 4.986.137 m2
  Lichtmasten 8.152 st.
Kunstwerken Beweegbare bruggen 12 st.
  Vaste bruggen 210 st.
  Oevers / walbeschoeiing 47.600  m
Water
Stedelijk water 391.000 m2
  Schouwsloten 826.600 m

Stand van zaken onderhoudsplannen kapitaalgoederen

In juni 2021 heeft de raad de nota kapitaalgoederen 2022-2026 vastgesteld. In de nota kapitaalgoederen staat het beleidskader beschreven voor het onderhouden van de kapitaalgoederen inclusief de financiële consequenties. Ook zijn de vervangingsinvesteringen in beeld gebracht en zijn er voorzieningen ingesteld voor het groot onderhoud van gebouwen, kunstwerken, waterbodems en wegen. De financiële consequenties zijn verwerkt in de begroting van 2022 en verder. 

In de tabel hieronder een weergave van de stand van zaken over de beleid/ beheerplannen.

Onderdeel

Vastgesteld beheers- en
onderhoudsplan aanwezig?

Datum vaststelling
beheerplan gemeenteraad

Beheersplan actueel?

Toelichting

Wegen

Nee

n.v.t.

Nee

Nota Kapitaalgoederen 2022-2026*

Onkruidbestrijding

Nee

n.v.t.

Nee

Nota Kapitaalgoederen 2022-2026*

Openbare verlichting

Nee

n.v.t.

Nee

Nota Kapitaalgoederen 2022-2026*

Kunstwerken

Nee

n.v.t.

Nee

Nota Kapitaalgoederen 2022-2026*

Gebouwen

Nee

n.v.t.

Nee

Nota Kapitaalgoederen 2022-2026*

Waterwegen

Nee

n.v.t.

Nee

Nota Kapitaalgoederen2022-2026*

*: de Nota Kapitaalgoederen zelf is een strategisch beleidsdocument, dit is niet hetzelfde als een beheerplan; een beheerplan is een meer gedetailleerde vertaling van de uitgangspunten uit de Nota Kapitaalgoederen. 

Vastgestelde onderhoudsniveaus en onderhoudsbudgetten

De raad heeft bij het vaststellen van de huidige Nota kapitaalgoederen, middels een amendement, besloten het onderhoudsniveau voor de wegen en voor het groen vast te stellen op het niveau Basis, voor de gebouwen conditiescore 4 en voor de kunstwerken, straatverlichting en baggeren een instandhoudingsniveau te hanteren.  

In de begroting 2022 en verder, zijn de financiële consequenties opgenomen voor onderhoudsniveau Basis voor wegen en voor onderhoudsniveau Laag voor Groen, voor de gebouwen het onderhoudsniveau conditiescore 4 en voor de kunstwerken en waterwegen een instandhoudingsniveau. 

Stand van zaken beheerplannen

In het ’Besluit Begroting en Verantwoording’ (BBV) is bepaald dat er een vastgesteld beheerplan moet zijn per voorziening. Die mag niet ouder zijn dan 5 jaar. Binnen de gemeente Noardeast-Fryslân zijn geen actuele, vastgestelde beheerplannen aanwezig.

Stand van zaken voorzieningen groot onderhoud

In 2025 is geprobeerd op basis van de Nota Kapitaalgoederen en onderliggende documenten een onderbouwing op te stellen voor de onderhoudsvoorzieningen en de daaraan gekoppelde onderhoudsplannen. Geconcludeerd is dat deze onderbouwing niet voldoende mogelijk is. Als gevolg daarvan vallen deze voorzieningen vrij.

In beginsel vallen de middelen van de voorzieningen vrij ten gunste van de algemene middelen. Aanvullend wordt voorgesteld om de vrijgevallen middelen in bestemmingsreserves kapitaalgoederen te reserveren, omdat er na 2025 ook geld nodig is voor groot onderhoud van deze kapitaalgoederen.

Nota Kapitaalgoederen 2027-2031

De huidige Nota Kapitaalgoederen loopt tot en met 2026. In 2025 is begonnen met het opstellen van een nieuwe Nota Kapitaalgoederen. Gelijktijdig daaraan is ook begonnen met het proces om benodigde beheerplannen op te stellen. Daarmee worden toekomstige voorzieningen voor groot onderhoud goed onderbouwd. 

Verhardingen

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Verhardingen

Beleidskader verhardingen
De wegen worden op het onderhoudsniveau onderhouden zoals vastgesteld in de nota kapitaalgoederen. Dit is het onderhoudsniveau Basis. Ook zijn investeringen voor de komende jaren in beeld gebracht die onlosmakelijk verbonden zijn met het kapitaalgoed. 

Onderhoud verhardingen
Een maal per 2 jaar wordt er een visuele weginspectie uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van het groot onderhoud. De inspectiegegevens worden ingebracht in een geautomatiseerd wegbeheersysteem. De onderhoudsstrategieën voor de wegverhardingen zijn gestoeld op de landelijk toegepaste methodiek (gedragsmodellen) van het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). 

Klein onderhoud

Klein onderhoud wordt op verschillende manieren gesignaleerd:

  • (Visuele) Weginspecties
  • Eigen schouw
  • Dorp- en wijkschouwen 
  • Fixi-meldingen door inwoners en bedrijven 

We voeren klein onderhoud uit met zowel eigen dienst (Gemeentewurk) als met een aannemer. Hierbij maken we onderscheid tussen klussen die we zelf kunnen oplossen en grotere klussen die niet door eigen dienst op te lossen zijn en externe kennis benodigd zijn. 

Groot onderhoud

Groot onderhoud wordt op verschillende manieren gesignaleerd:

  • (Visuele) Weginspecties
  • Eigen schouw
  • Dorp- en wijkschouwen 
  • Fixi-meldingen door inwoners en bedrijven

We hebben een knip gemaakt tussen asfalt- en elementenonderhoud en dit extern belegd bij twee verschillende aannemers.  

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskader openbare verlichting
De Openbare verlichting wordt op het onderhoudsniveau onderhouden zoals vastgesteld in de nota kapitaalgoederen. Dit is een instandhoudingsniveau waarbij geen kapitaalvernietiging plaats vindt. Ook zijn de investeringen voor de komende jaren in beeld gebracht die onlosmakelijk verbonden zijn met het in de stand van het kapitaalgoed. De besparing op energie en onderhoud door “verledden” is meegenomen: dit betreft het vervangen van conventionele verlichting door LED armaturen.

Het planmatig vervangen van armaturen door LED-armaturen leidt tot een besparing op onderhoud en energie. Bij LED-armaturen hoeven periodiek geen lampen vervangen te worden en is er ook geen uitval van lampen meer. LED-armaturen hebben een lager vermogen dan conventionele armaturen, waardoor er minder energie verbruikt wordt. Dit sluit ook aan op duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente, zonder dat dit een extra investering vraagt.

Onderhoud Openbare verlichting 
Inspectie of schouw van de openbare verlichting vindt niet (meer) plaats. Storingen worden opgelost op basis van meldingen (piepsysteem). De vervangingen van masten en armaturen geschiedt op basis van leeftijd. Met de nota kapitaalgoederen is de vervangingsbehoefte in beeld gebracht. 

Openbaar groen

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Openbaar groen

Onderhoudsniveau

Het openbaar groen wordt onderhouden op het niveau zoals vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021-2026. Voor de gemeente geldt hierbij een Basisonderhoudsniveau.


Onderhoud van het openbaar groen

Uitvoering

Het grootste deel van de onderhoudswerkzaamheden wordt uitgevoerd door Cluster Gemeentewurk. De werkzaamheden bestaan uit:

  • Verzorgend onderhoud
    Schoffelen, spitten, snoeien, maaien en bemesten.
  • Groot, jaarlijks onderhoud
    Afzetten, snoeiwerk in bosplantsoenen en bomen, en onderhoud aan cultuurbeplanting.

Een deel van deze werkzaamheden wordt uitgevoerd in samenwerking met Dokwurk (detachering).

Bermenbeheer

Gemeentewurk verzorgt het maaien van bermen buiten de bebouwde kom.
Een deel van deze bermen wordt ecologisch beheerd, soms in samenwerking met derden zoals aannemers en lokale boeren. Een deel van het bermmaaisel en hekkelspecie wordt verwerkt tot compost bij boeren (AgriCycling). 

De komende jaren is het doel om een groot deel van de bermen volledig ecologisch te beheren.


Groen en speelvoorzieningen

Dagelijks onderhoud

Het dagelijks onderhoud van het openbaar groen wordt uitgevoerd volgens onderhoudsschema’s op het vastgestelde kwaliteitsniveau.
De kwaliteit wordt geborgd via een doorlopende kwaliteitsschouw, uitgevoerd vijfmaal per jaar met behulp van de CROW-meetlatten.

Vervangingsplanning

De vervanging van groenvoorzieningen wordt bepaald op basis van inspecties en gepland volgens de systematiek van de kapitaalgoederen.

Speelvoorzieningen

  • Speeltoestellen worden viermaal per jaar geïnspecteerd.
  • Op basis hiervan vindt onderhoud en vervanging van toestellen en veiligheidsondergronden plaats.
  • De financiering van nieuwe toestellen gebeurt via de speeltuincommissie, dorpsbelang of de wijkraad, onder meer om aanspraak te kunnen maken op subsidies.

Beeldkwaliteit

Vijf keer per jaar wordt een beeldkwaliteitsschouw uitgevoerd volgens de CROW Beeldkwaliteitsmeetlatten (Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023).
Tijdens deze schouw worden op willekeurige locaties de groenkwaliteit en de kwaliteit van wegen beoordeeld ten opzichte van de vastgestelde norm. De resultaten over 2025 laten zien dat het onderhoudsniveau zich bevindt op een basisniveau. Daarmee voldoen we aan het beleidsuitgangspunt zoals vastgesteld met de Nota Kapitaalgoederen 2021-2026. 


Cyclisch beheer

Het beheer van de kapitaalgoederen is gebaseerd op een cyclische aanpak, conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Deze aanpak draagt bij aan een structurele en duurzame kwaliteitsborging van het openbaar groen.

Kunstwerken (bruggen, tunnels en grondkeringen)

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Kunstwerken (bruggen, tunnels en grondkeringen)

Beleidskader kunstwerken
Onze beweegbare bruggen worden op het onderhoudsniveau onderhouden zoals vastgesteld in de nota kapitaalgoederen: dit is een instandhoudingsniveau waarbij geen kapitaalvernietiging plaats vindt. Ook zijn de investeringen voor de beweegbare bruggen voor de komende jaren in beeld gebracht.

Onderhoud bruggen

Van de beweegbare bruggen is een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) aanwezig; het uit te voeren onderhoud is daarop ingericht. Van de vaste bruggen is geen onderhoudsplan aanwezig en ontbreken ook actuele inspecties. 

Voor de beweegbare bruggen en vaste bruggen wordt jaarlijks schilderwerk uitgevoerd door derden. Kleine reparaties worden uitgevoerd door het cluster Gemeentewurk. Andere en meer grootschalige werkzaamheden worden door derden uitgevoerd. 

Riolering

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Riolering

Beleidskaders

Onder de omgevingswet is een GRP niet langer verplicht, maar de gemeente behoudt haar zorgplichten voor de watertaken en heeft conform het BBV nog steeds behoefte aan een gedegen plan voor de tariefstelling.

De planperiode van het huidige GRP verloopt eind 2026. De gemeente Noardeast Fryslan heeft er voor gekozen om onder de Omgevingswet in 2025 te starten met het opstellen van een Water - en Riolering programma (Wrp). In dit Wrp worden de beleidskaders voor de gemeentelijke watertaken voor de periode 2027 - 2031 vastgelegd. Het Wrp vormt zowel een beleidsmatig als financieel document voor de gemeentelijke watertaken en dient als hulpmiddel bij het maken van zorgvuldige beleidsafwegingen met betrekking tot de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, in relatie tot de bescherming van de bodem- en waterkwaliteit. De zorg voor water en riolering is een continu proces dat door ontwikkelingen in de tijd moet worden aangepast.

Volgens de huidige omgevingswet - waarin de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn opgegaan - heeft de gemeente drie zorgplichten:

• de zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater;
• de zorgplicht voor het afvloeiende hemelwater;
• de zorgplicht ter voorkoming van structureel nadelige gevolgen van het grondwater.

Uitvoering van de maatregelen uit het GRP (en na 2026 het Wrp) waarborgt dat de inzameling en het transport van afvalwater effectief blijven functioneren. Hierdoor worden schade aan het milieu,  overlast voor de bewoners en ricico's voor de volksgezondheid geminimaliseerd en beheerd. Daarnaast wordt geborgd dat hemelwater - voor zover particulieren dat niet zelf kunnen - op adequate wijze ingezameld en verwerkt wordt. Tevens wordt ervoor gezorgd dat inwoners weten waar ze met grondwatervragen terecht kunnen.

Onderhoud rioleringen

In samenwerking met de cluster Omjouwing en Ekonomy en Iepenbiere Romte worden de beleidsmatige aspecten vormgegeven. Het cluster Iepenbiere Romte draagt zorg voor het rioleringsbeheer. Op basis van inspecties wordt het groot onderoud, vervangingen en optimalisatie ingepland. De beheersystemen worden gevuld en bijgehouden en vormen de basis voor de vervangingsprogramma en onderhoudsprogramma.

Het cluster Gemeentewurk is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer en onderhoud aan de riolering. Dit dagelijks onderhoud omvat een breed pakket aan werkzaamheden, waaronder het legen van straat- en trottoirkolken, reinigen van kleine leidingen, vegen van goten, het reinigen en onderhouden van pompen en gemalen en het uitvoeren van kleinere reparatie en lekkages.

Naast vervangingen worden ook optimalisaties doorgevoerd. Hierbij valt te denken aan het ombouwen van verbeterd gescheiden stelsels en hydraulische aanpassingen van het stelsel en het afkoppelen van regenwater en het klimaatbestendig maken van het rioolstelsel.

Daarnaast bewaakt het cluster Iepenbiere Romte het hydraulisch en hygienisch functioneren van het rioolstelsel.

Waterwegen

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Waterwegen

Beleidskader waterwegen

De waterwegen worden op het onderhoudsniveau onderhouden zoals vastgesteld in de nota kapitaalgoederen. Dit is een instandhoudingsniveau. De onderhoudsplanning voor het baggeren is voor een groot deel gebaseerd op een cyclische planning. In 2021/ 2022 zijn peilingen uitgevoerd. Op basis hiervan is de cyclische planning aangepast. 

Onderhoud van waterwegen is te verdelen in afvoeren van water en bevaarbaarheid. Ten aanzien van het afvoeren moeten alle gemeentelijke watergangen voldoen aan de keur van het waterschap. Hiertoe worden de sloten uitgemaaid. Incidenteel moet er worden gebaggerd.

Bevaarbare waterwegen worden in beginsel vastgelegd in het Provinciaal Verkeer en Vervoersplan (PVVP).

Onderhoud waterwegen
Voor het hekkelen van waterwegen (betreft voornamelijk bermsloten) wordt getracht zo veel mogelijk afspraken te maken met eigenaren van aanliggende percelen, waarbij de gemeente hekkelt en de eigenaren van de aanliggende percelen het hekkelafval ontvangt. In een aantal gevallen zijn er hekkelcontracten met aanliggende grondeigenaren afgesloten. In deze gevallen wordt de gehele sloot gehekkeld door de aanliggende eigenaar tegen een bepaalde vergoeding. 

Baggeren van bermsloten gebeurt op basis van hoe dit is vastgelegd in de keur van Wetterskip Fryslan. 

Overdracht stedelijk water (OSW)
Wetterskip is waterbeheerder voor alle het stedelijk water (binnen de bebouwde kom). Als gemeente voeren we dagelijks/ jaarlijks onderhoud uit (hekkelen) aan hoofd- en secundaire watergangen voor het Wetterskip. Hiervoor krijgen we de kostprijs vergoed. Baggeren van hoofd- en secundaire watergangen onder OSW is voor het Wetterskip. Voor vijvers binnen de bebouwde kommen ontvangt de gemeente jaarlijks in de vorm van een bijdrage een vast bedrag om jaarlijks te hekkelen/ maaien (indien noodzakelijk) en om periodiek te baggeren. 

In de overeenkomst OSW uit 2016 is afgesproken dat het beheer van de meeste wateren in stedelijk gebied van gemeente naar Wetterskip Fryslân gaat. In deze overeenkomst is tevens beschreven welke watergangen voorafgaand aan de overdracht nog gebaggerd moesten worden. Hier is de afgelopen jaren uitvoering aan gegeven en de kosten hiervan zijn fifty-fifty verdeeld tussen beide partijen. In 2025 zijn deze opgaven afgerond, waarna de overdracht formeel schriftelijk is bekrachtigd. 

Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

De gebouwen worden op het onderhoudsniveau onderhouden zoals vastgesteld is in de nota kapitaalgoederen. Dit is het onderhoudsniveau conditiescore 4. Hierin afwijkend zijn de gebouwen waarbij de bestemming onzeker is en welke gebouwen worden gebruikt voor ontwikkeling en leegstaand. Deze gebouwen worden naast het uitvoeren van de wettelijke verplichte onderhoudstaken, alleen wind en waterdicht gehouden.

Het totale areaal bestaat uit 76 gebouwen, onder verdeeld in 'Gemeente organisatie, Brandweerkazernes, Sportaccommodaties , Toiletgebouwen , Begraafplaatsen, Overige  en Welzijn en Cultuur'.

Het MFC It Spektrum is dit jaar aan ons areaal toegevoegd. Hier worden momenteel de wettelijke verplichte onderhoudstaken uitgevoerd. In overleg met de betrokkenen wordt gewerkt aan de toekomst van het gebouw.

Dit jaar zijn de gebouwen geïnspecteerd volgens  de NEN2767 om de conditiescore te bepalen, dit is zowel intern als extern gedaan. 

In de kader van duurzaamheid zijn dit jaar in samenwerking met 'Klimop Fryslan' maatwerkadviezen opgesteld van voorgeselecteerde gebouwen. Dit is gedaan om inzicht te krijgen op de kosten voor het verduurzamen.

 Het onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen wordt waar mogelijk is samenspraak met 'Gemeentewurk' in eigen beheer uitgevoerd. Voor grootschalig of specialistisch onderhoud worden derden ingeschakeld.

 

 

Majeure vervangingen/projecten

Terug naar navigatie - Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen - Majeure vervangingen/projecten

Groenvoorzieningen:

  • Diverse grootschalige groenvervangingen in Dokkum en Ternaard

Riolering:

  • Afkoppelen riolering It Roster Ingwierum (in voorbereiding)
  • Afkoppelen riolering Achter de Hoven Holwert (in voorbereiding)
  • Afkoppelen riolering Nobel Kollum (in voorbereiding)

Waterwegen:

  • Afronding Overdracht Stedelijk Water (hele gemeente)

Gebouwen:

  • Schilderwerk stadhuis Dokkum (voorbereiding / aanbesteding)

Kunstwerken:

  • Eysobrug te Kollum (gerealiseerd)
  • Aalsumerpoortbrug te Dokkum (voorbereiding / aanbesteding)
  • Vervangen damwanden haven Munnekezijl (gerealiseerd)
  • Vervangen damwand Strobosser Trekfeart te Dokkum (voorbereiding / aanbesteding)

Wegen:

  • Herinrichting Dorpsplein te Easternijstjerk (gerealiseerd)
  • Herinrichting Skeperij te Ie (in uitvoering)
  • Herinrichting Sonnemapleintje te Dokkum (in uitvoering)
  • Reconstructie fietspad Jaachpaad Dokkum-Burdaard (in voorbereiding)

Paragraaf Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - - Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Inleiding

De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de inzet van bedrijfsmiddelen om de bedrijfsdoelen te behalen. Die bedrijfsmiddelen zijn: personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie, huisvesting (‘PIOFACH’), aangevuld met juridisch en inkoop. 

Deze paragraaf heeft betrekking op de gehele ambtelijke organisatie. Naast werk voor Noardeast-Fryslân (het overgrote deel) verrichten wij ook ik beperkte mate diensten voor de gemeenten Dantumadiel en Schiermonnikoog. Hiervoor vindt verrekening van kosten plaats op basis van een dienstverleningsovereenkomst. In deze paragraaf worden de volgende onderwerpen behandeld: 

  • Ontwikkeling personele bezetting
  • Bedrijfsvoeringsbegroting
  • Huisvesting
  • Ontwikkeling risicomanagement en interne controle
  • Fraude en integriteit
  • Continuïteit
  • Openbaarheid
  • Rechtmatigheidsverantwoording

Ontwikkeling personele bezetting

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Ontwikkeling personele bezetting

Het aantal FTE bezetting per 31 december 2025 bedraagt 553 FTE (2024: 543 FTE) en wordt gelimiteerd door de begroting en het formatieplan. 

Wij registreren de externe capaciteit die wordt ingehuurd dan wel de inhuur op projectbasis alleen in absolute aantallen. Op 31 december 2025 werden, buiten de specifieke projecten, 72 medewerkers (2024: 94) ingehuurd.

We merken een toename in inhuur als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Ook inhuur is als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt in sommige gevallen lastig te realiseren. Dit kan ook effect hebben op de kwaliteit van de dienstverlening.  

Onze positie op de arbeidsmarkt – “employer branding”

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt maken het noodzakelijk om de arbeidsmarktpositie van onze gemeente blijvend te versterken. Daarom zijn we op 7 januari 2025 gestart met onze beeldcampagne Alle ruimte. Met deze campagne profileren we ons extern nadrukkelijker als aantrekkelijk werkgever en onderscheiden we ons van andere lokale overheden. Onze unieke identiteit dragen we zichtbaar en met trots uit: we zijn een aantrekkelijke werkgever en dat mag gezien worden.

De campagne heeft in 2025 aantoonbaar zijn vruchten afgeworpen. Onze vacatures zijn zichtbaarder en aantrekkelijker geworden, wat heeft geleid tot een toename in het aantal bezoekers op onze vacatures via Werken in Friesland. Daarnaast hebben we meerdere keren een plek in de top 3 van meest populaire vacatures op dit platform behaald. Dit heeft niet alleen geleid tot een grotere respons, maar ook tot een kwalitatief betere instroom van kandidaten.

Intern draagt de campagne bij aan het versterken van de betrokkenheid van medewerkers bij het werkgeversmerk van gemeente Noardeast-Fryslân. We stimuleren dat medewerkers trots zijn op hun organisatie en dit actief uitdragen in hun eigen netwerk. Het behouden van goede medewerkers blijft hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het gevoel van trots en verbondenheid vormt een belangrijke pijler onder deze aanpak.

Het thema van de campagne is Alle ruimte. Dit sluit naadloos aan bij wie wij zijn. Ruimte in ons werk, waarin medewerkers de vrijheid krijgen om te werken op een manier die bij hen past. En ruimte als gemeente: de weidsheid van het landschap, de uitgestrekte landerijen en de kenmerkende vergezichten. In de campagne brengen we het echte verhaal van de organisatie tot leven, met herkenbare gezichten van onze medewerkers en beelden die onze identiteit versterken.

Concreet heeft dit het volgende opgeleverd:

• Een nieuwe werken-bij website
• Een videoserie voor inzet op sociale media (website, Facebook, Instagram, LinkedIn)
• Interviews met medewerkers voor de website
• Een fotoserie voor inzet op diverse kanalen
• Nieuwe en herkenbare vormgevingstemplates voor vacatures en advertenties

Gedurende 2025 hebben we intensief gebruikgemaakt van de ontwikkelde middelen. De website is regelmatig geactualiseerd met nieuwe foto’s en video’s, en de content is doorlopend aangevuld en vernieuwd. Op basis van de resultaten is verkend of een vervolgcampagne noodzakelijk is. Op dit moment blijkt dat niet het geval: met het huidige materiaal kunnen we goed vooruit, mits we dit actief blijven inzetten en regelmatig variëren.

Ziekteverzuim

Het ziekteverzuim blijft een bepalende factor voor de inzetbare personele capaciteit. De ontwikkeling van het ziekteverzuimpercentage over de afgelopen jaren laat een duidelijke dalende trend zien:

 

Ziekteverzuim %

2022

6,37%

2023

6,40%

2024

5,30%

2025

5,11%

 

Ontwikkeling in 2025

In 2025 zet de daling van het ziekteverzuim verder door: van 5,30% in 2024 naar 5,11%. Deze voortgaande afname bevestigt dat de ingezette maatregelen en aandachtspunten binnen de organisatie effect hebben.

Enkele factoren die bijdragen aan deze positieve ontwikkeling:

  • Structurele aandacht voor verzuimbegeleiding: De intensieve begeleiding van medewerkers bij verzuim blijft zijn vruchten afwerpen. Leidinggevenden hebben medewerkers goed in beeld en kunnen tijdig bijsturen.
  • Organisatorische stabiliteit: De rust en continuïteit binnen teams zorgen voor minder werkdrukpieken en meer voorspelbaarheid, wat bijdraagt aan lager verzuim.
  • CAO-ontwikkelingen rondom loondoorbetaling bij ziekte: De wijzigingen in de CAO stimuleren zowel medewerkers als organisatie om bewuster om te gaan met verzuim en inzetbaarheid.
  • Meer focus op preventie: In 2025 is verder geïnvesteerd in preventieve acties, zoals vitaliteitsprogramma’s, vroeg signalering en het bespreekbaar maken van inzetbaarheid.

Gezien de ingezette lijn en de verdere professionalisering van preventie en begeleiding, is de verwachting dat het verzuim in de loop van het jaar stabiel laag blijft of zelfs nog licht kan dalen. De combinatie van beleidsmatige veranderingen, aandacht voor duurzame inzetbaarheid en een stabiele organisatiecultuur vormt hiervoor een stevige basis.

Bedrijfsvoeringsbegroting

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Bedrijfsvoeringsbegroting

De bedrijfsvoeringsbegroting bestaat hoofdzakelijk uit loonkosten en personeel gerelateerde budgetten. Daarnaast maken de budgetten voor automatisering, tractie, facilitaire zaken, overige dienstverlening en enkele projecten hier onderdeel van uit. De baten en lasten van de bedrijfsvoeringsbegroting worden verdeeld over de verschillende programma's, afhankelijk van waar de baten en lasten betrekking op hebben. In onderstaande tabel worden de verschillende onderdelen uit de bedrijfsvoeringsbegroting weergegeven. Als bepaalde onderdelen van de bedrijfsvoeringsbegroting sterk afwijken, wordt er een korte toelichting gegeven.

(Bedragen x € 1.000) Begroting na wijziging Werkelijk Saldo
Loonkosten -44.972 -44.493 479
Personeel gerelateerde budgetten -4.833 -5.103 -270
Automatisering -4.388 -4.282 106
Tractie -2.310 -2.271 39
Facilitaire zaken -630 -584 45
Overige dienstverlening 2.195 2.031 -164
Projecten -269 -110 159
Resultaat voor onttrekkingen -55.207 -54.812 395
Onttrekkingen aan reserves 1.964 1.768 -196
Resultaat na onttrekkingen -53.243 -53.045 198

 

Loonkosten

De onderschrijding op de loonkosten komt vooral door onderbezetting, het niet of later invullen van formatieplaatsen en het onbenut blijven van ziektevervangingsbudgetten. 

Personeel gerelateerde budgetten

De overschrijding op de personeel gerelateerde budgetten wordt voornamelijk veroorzaakt door kosten van voormalig personeel. De gemeente is namelijk eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen. Daarnaast spelen mutaties in de voorziening verlofsparen een rol.

Sinds 2022 kunnen medewerkers hun bovenwettelijke verlofuren omzetten in spaarverlof. Voor deze verplichting is een voorziening verlofsparen gevormd. Door de toename van het aantal gespaarde verlofuren is een extra toevoeging aan deze voorziening gedaan. Verder schrijft wet- en regelgeving voor dat ook een voorziening moet worden gevormd voor bovenwettelijk verlof dat geen gelijke omvang kent. Voor dit deel van het verlof is daarom dit jaar voor het eerst een aanvullende dotatie aan de voorziening verlofsparen opgenomen.

Automatisering

Omdat bepaalde ICT-projectkosten niet in 2025, maar in 2026 gemaakt zullen worden, ontstaat een onderschrijding.

Overige dienstverlening

In de begroting werd rekening gehouden met dienstverleningskosten die via de gemeente zouden worden afgehandeld. In de praktijk hebben leveranciers echter een deel van de facturen rechtstreeks naar de gemeente Dantumadiel gestuurd, waardoor de inkomsten lager zijn uitgevallen.

Projecten

De onderschrijding op de projecten is grotendeels veroorzaakt doordat ICT-projecten zijn vertraagd als gevolg van problemen bij leveranciers. 

Huisvesting

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Huisvesting

Ook in 2025 heeft de ontwikkeling van een aantrekkelijke en functionele centrale huisvesting voor de gemeenteraad, het college en het ambtelijk apparaat in Dokkum een belangrijke plaats ingenomen op de bestuurlijke agenda.

In het eerste halfjaar van 2025 zijn de voorbereidende werkzaamheden voor de ver(nieuw)bouw van het gemeentehuis gericht geweest op het opstellen van de kredietaanvraag. Deze aanvraag is in dezelfde periode aan de gemeenteraad aangeboden en door de raad vastgesteld. Met dit besluit heeft de gemeenteraad tevens ingestemd met de laatste fase van de herindeling, bestaande uit de ver(nieuw)bouw van de bouwdelen A en B van het gemeentehuis in Dokkum. In de tweede helft van 2025 is gestart met het ontwerpproces, waarbij het schetsontwerp wordt uitgewerkt richting een definitief ontwerp. Dit proces loopt door in 2026.

Het project omvat zowel groot onderhoud als nieuwbouw. Voor de rijksmonumentale bouwdelen aan de Zijl (A1-1) en de Suupmarkt (A1-2) wordt ingezet op groot onderhoud en behoud van cultuurhistorische waarden. Voor de bouwdelen aan de Koningstraat 14 (bouwdeel B) en de tussenliggende bebouwing (A2 en A3) is vervangende nieuwbouw op de bestaande locatie voorzien. De totale doorlooptijd van het project bedraagt circa vijf jaar.

Ontwikkeling risicomanagement en interne controle

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Ontwikkeling risicomanagement en interne controle

Binnen onze organisatie is aandacht voor het beheersen van de financiële processen. Tijdens de jaarlijkse controlplatforms bespreekt Concerncontrol samen met de clusters welke risico’s zich in de processen kunnen voordoen. Op basis hiervan worden beheersingsmaatregelen vastgesteld om te voorkomen dat deze risico’s leiden tot fouten of andere nadelige gevolgen. Het betreft onder meer rechtmatigheidsrisico’s, het niet volledig in rekening brengen van belastingen of leges, en risico’s op fraude.

De opzet van de financiële processen is vastgelegd. Om na te gaan of het in de praktijk ook zo werkt worden dossiercontroles uitgevoerd door collega’s van medewerkers uit de teams die er uitvoering aan geven. Concerncontrol begeleidt dit, is verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging en rapporteert aan het management en de directie over de resultaten. De rapportages worden gebruikt door de accountant om het college te adviseren over de interne beheersing en een conclusie te trekken over de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de beheershandelingen ten behoeve van de gemeenteraad.

Fraude en integriteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Fraude en integriteit

Fraude en misbruik & oneigenlijk gebruik

Fraude krijgt steeds meer aandacht in de publieke sector. Fraude kan namelijk een groot effect hebben op de reputatie van de organisatie en kan tot grote financiële schade leiden. In de gemeente Noardeast-Fryslân, niet zijnde de organisatie gemeente Noardeast-Fryslân, is fraude zelfs het meest voorkomende misdrijf met meer dan 200 delicten per jaar.

In verschillende wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet, de Ambtenarenwet 2017, de Wet bescherming klokkenluiders, de Wet open overheid (Woo) en de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) komt het thema fraude naar voren.

Naast fraude kan er sprake zijn van misbruik en oneigenlijk gebruik. In het dagelijks taalgebruik is het gebruikelijk misbruik en oneigenlijk gebruik ook als fraude te bestempelen, denk hierbij aan een term als ‘bijstandsfraude’ of aan ‘fraude’ met vergunningen. Dit type fraudes valt nadrukkelijk onder het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Het gaat hier om derden die misbruik maken van (gemeentelijke) regelingen. Daar waar signalen zijn van misbruik & oneigenlijk gebruik zal nader onderzoek plaatsvinden.  De verantwoording over misbruik en oneigenlijk gebruik zal vanaf het verslagjaar 2023 worden opgenomen in de collegeverklaring bij de jaarrekening.

Fraudebeheersing
Binnen de gemeente wordt voor de financiële processen gewerkt met controlplatforms waarin de processen worden besproken, de daarbij behorende risico’s en te nemen beheersmaatregelen. Door middel van interne controles wordt de werking van de processen en de genomen beheersmaatregelen getoetst. De risicobeheersing richt zich met name om rechtmatigheidsaspecten en volledigheid van opbrengsten, maar ook frauderisico’s kunnen aan de orde komen als zij worden geïdentificeerd. Er is dus geen specifieke aanpak gericht op frauderisico’s en fraudebeheersing, maar frauderisico’s en maatregelen om fraude te voorkomen kunnen wel aan de orde komen tijdens de controlplatforms. De beleidsnotitie fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik is inmiddels vastgesteld door de gemeenteraad.

Integriteit
Ten aanzien van het onderwerp integer handelen is een integriteitsbeleid (voor de medewerkers) en gedragscodes (voor het college) opgesteld. Op het intranet van de gemeente Noardeast-Fryslân zijn deze te vinden. Tevens zijn hier meldingsformulieren opgenomen om misstanden te melden. De gemeente beschikt over een klokkenluidersregeling.

Continuïteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Continuïteit

De begroting is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling. De continuïteit van gemeenten is op grond van artikel 12 van de financiële verhoudingswet wettelijk verankerd. Om die reden is de continuïteit van gemeente Noardeast-Fryslân in voldoende mate gewaarborgd. Ook zijn in de begroting of andere besluiten geen stellige voornemens om majeure aanpassingen te doen in beleid, taken, activiteiten of locaties die mogelijk materiële effecten hebben op vermogen of resultaat.

Openbaarheid

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Openbaarheid

Het doel van de Woo is dat de gemeente opener en toegankelijker wordt. We maken daarom meer informatie actief openbaar en zorgen dat deze digitaal makkelijk te vinden is. Veel informatie is nu al beschikbaar. Voor Noardeast-Fryslân staan de locaties hiervan in de Woo-index. We helpen onze medewerkers zodat zij documenten eenvoudig kunnen anonimiseren en publiceren.

In het plan van aanpak werken we aan drie punten:
•    Op tijd voldoen aan de wet,
•    Bewustwording vergroten binnen de organisatie,
•    Een goed publicatieplatform vinden voor het openbaar maken van informatie.

In 2025 zijn op alle onderdelen stappen gezet:
•    De verplichte datum voor openbaarmaking van de categorieën uit de tweede tranche is uitgesteld. Dit gaat o.a. om stukken van de gemeenteraad, bestuursstukken, adviezen, jaarplannen en Woo-verzoeken. We wachten niet  op een nieuwe datum, maar maken deze informatie openbaar zodra we daar klaar voor zijn.
•    Om het bewustzijn te vergroten, hebben we in diverse werkoverleggen informatie gedeeld en input opgehaald. Ook hebben we regelmatig interne nieuwsberichten geplaatst. Nieuwe medewerkers worden actief geïnformeerd over de Woo.
•    Het meeste werk ging naar het vinden van een gebruiksvriendelijk publicatieplatform. We hebben een marktverkenning gedaan en een keuze gemaakt. De aanschaf van dit platform is gestart. De tool voor anonimiseren was in 2025 beschikbaar en is met workshops ingevoerd in de organisatie.

De aanschaf en implementatie van het publicatieplatform verlopen langzamer dan verwacht. Daardoor kunnen we nog niet alle categorieën openbaar maken zoals gepland. En is niet het volledige budget voor 2025 gebruikt.

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheidsverantwoording

Het college van B&W heeft over 2025 een verklaring afgegeven over de rechtmatigheid aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op de drie criteriums: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium.

  1. Begrotingscriterium. De gemeenteraad moet de grenzen aangeven van de begrotingsrechtmatigheid, met andere woorden wanneer vindt in begrotingstermen een uitgave of ontvangst onrechtmatig plaats. Iedere afwijking ten opzichte van de begroting is formeel onrechtmatig, maar de gemeenteraad kan het college speelruimte geven binnen de begrotingsposten. Deze speelruimte is omschreven in zowel de financiële verordening die door de raad is vastgesteld als in de Kadernota rechtmatigheid 2025.
  2. Het voorwaardencriterium. Dit heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, recht, hoogte en duur.
  3. Het M&O (misbruik & oneigenlijk gebruik) criterium. Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte subsidies of uitkeringen van de gemeente te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen betalen aan de gemeente. Het gaat hier om bewuste misleiding om onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen.

Met de gemeenteraad zijn afspraken gemaakt over de rechtmatigheid. Deze afspraken zijn opgenomen in de financiële verordening 2025. Deze afspraken zien toe op het niveau van beoordelen onrechtmatigheden en de rapportage daarvan. Voor boekjaar 2025 is een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves afgesproken. Dit komt neer op € 4.146.200. De rapportagegrens is vastgesteld door de gemeenteraad op 10% van de verantwoordingsgrens en komt neer op € 414.620.


De in de rechtmatigheidsverantwoording vermelde onrechtmatigheid is als volgt opgebouwd:

Overzicht geconstateerde afwijkingen
Begrotingsonrechtmatigheid
1A. Overschrijding lasten programma's 7.876.000
1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 453.597
2. Ongeautoriseerde reservemutaties 0
3A. Overschrijding van baten programma's 0
3B. Onderschrijding van  lasten programma's 0
3C. Onderschrijding van baten programma's 0
Totaal begrotingsonrechtmatigheden (bruto) 8.329.597
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid, vastgesteld in de financiële verordening 2025 8.329.597
5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (netto) 0
 
Voorwaardencriterium
Onrechtmatigheid vanuit niet naleven EU-aanbestedingsregels 449.932
Totaal voorwaardencriterium 449.932
   
M&O criterium
Geen bevindingen

Alle individuele onrechtmatigheden boven de rapportagegrens van € 414.620 worden in deze paragraaf nader toegelicht. Er is geen sprake van foutherstel over 2024 in de jaarrekening van 2025.

Begrotingscriterium

In 2025 is sprake van een ‘bruto’ begrotingsonrechtmatigheid van € 8.329.597. Deze valt uiteen in een onrechtmatigheid vanuit lastenoverschrijdingen op programma’s van € 7.876.000 en een overschrijding van de investeringskredieten van in totaal € 453.597.

Overschrijding lasten programma’s

De overschrijdingen passen binnen het bestaande beleid zoals vastgesteld door de raad in de financiële verordening 2025 en worden daarmee als acceptabel geduid. De overschrijdingen van de lasten tussen de begroting na wijziging 2025 en de gerealiseerde lasten 2025 worden in de analyse op de programma’s toegelicht. Voor de toelichting wordt verwezen naar de het hoofdstuk ‘Programmaverantwoording’.

Overschrijding investeringskredieten

De totale overschrijding van de investeringskredieten bedraagt € 453.597 en komt tot stand door diverse kleine overschrijdingen van kredieten. Alle overschrijdingen zijn lager dan de rapportagegrens.

In de financiële verordening 2025, artikel 5 lid 4 en artikel 11 lid 4, zijn de uitgangspunten die betrekking hebben op acceptabele afwijkingen opgenomen. De geconstateerde onrechtmatigheden vanuit overschrijding lasten programma's en investeringskredieten vallen binnen deze uitgangspunten. Dit betekent dat alle overschrijdingen als acceptabel zijn aangemerkt. 

Voorwaardencriterium

Vanuit het voorwaardencriterium is er sprake van onrechtmatigheid bij het aanbestedingsproces. Het betreft hier het niet naleven van EU-aanbestedingsregels. Op totaalniveau wordt de rapportagegrens overschreden.   

Bij vijf leveranciers is sprake van een overschrijding van het drempelbedrag Europese aanbestedingsrichtlijnen terwijl er geen Europese aanbesteding is uitgevoerd. Op leveranciersniveau wordt de rapportagegrens niet overschreden. Het gaat hier onder andere om lease van dienstauto’s, inhuur van personeel en software voor het Sociaal Domein.

M&O criterium

Het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium (M&O) ziet toe op het misbruik door derden van de gemeentelijke regelingen en verordeningen. Voor 2025 zijn de huidige getroffen maatregelen geformaliseerd in een nieuw overkoepelend beleid. Deze maatregelen zijn effectief en worden onverminderd voortgezet.

Daarnaast zijn in alle processen diverse maatregelen genomen om misbruik- en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen. Concerncontrol heeft bij de uitvoering van de werkzaamheden nadrukkelijk aandacht voor misbruik- en oneigenlijk gebruik. Bij de uitgevoerde werkzaamheden zijn geen gevallen van misbruik- of oneigenlijk gebruik geconstateerd.

Paragraaf verbonden partijen

Terug naar navigatie - - Paragraaf verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf verbonden partijen - Inleiding

De meeste taken die worden uitgevoerd, zijn wettelijk opgedragen aan de uitvoerende gemeente. Dit betreft bijvoorbeeld de inzameling van huishoudelijk afval en de taken die de gemeente op zich neemt als gevolg van de decentralisatie. Daarnaast bestaan er taken die door de gemeente op eigen initiatief worden uitgevoerd, zoals sport en de exploitatie van gronden. Bij de uitvoering van de verschillende taken maakt de gemeente zelf de keuze om deze zelf te doen, of om de taken te laten uitvoeren door andere partijen.
Bij het maken van de keuzes wordt onder andere gekeken naar de volgende aspecten:
•    kunnen er (bedrijfseconomische) schaalvoordelen worden behaald?
•    wordt bij de uitvoering/dienstverlening een betere kwaliteit/dienstverlening gerealiseerd?

Indien wordt gekozen voor de uitvoering van de taak door een verbonden partij, kunnen daarin twee keuzes worden gemaakt, namelijk:
•    de activiteiten worden uitgevoerd door een partij waarin de gemeente geen zeggenschap heeft;
•    de activiteiten worden uitgevoerd door een partij waarin de gemeente wel zeggenschap heeft. 

Verbonden partij

Terug naar navigatie - Paragraaf verbonden partijen - Verbonden partij

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft.

Definitie bestuurlijk belang (artikel 1 lid d): zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Definitie financieel belang (artikel 1 lid c): een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Beleidskader
Uit de definitie van een verbonden partij in het Besluit begroting en verantwoording blijkt dat sprake móet zijn van een financieel belang én een bestuurlijk belang. Als het alleen om een financieel belang of alleen om een bestuurlijk belang gaat, dan is er geen sprake van een verbonden partij. 

Overige belangrijke bepalingen zijn:
•    Artikel 5 BBV schrijft voor dat verbonden partijen niet geconsolideerd worden in de begroting en in de jaarstukken;
•    Artikel 8 lid 3 BBV schrijft voor dat de betrokkenheid van verbonden partijen bij de realisatie van de doelstellingen binnen een programma, moet worden opgenomen in het betreffende programma;
•    Artikel 9 lid 2 BBV meldt dat verbonden partijen verplicht moeten worden opgenomen in een aparte paragraaf verbonden partijen. Deze is daarmee onderdeel van de beleidsbegroting en het jaarverslag.

Soorten verbonden partijen
Er zijn twee soorten verbonden partijen, namelijk de publiekrechtelijke verbonden partij en de privaatrechtelijke verbonden partij.

•    Publiekrechtelijke verbonden partij
Bij de publiekrechtelijke verbonden partij gaat het om een samenwerking tussen overheden. Een dergelijke partij is opgericht op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarin regelen de deelnemende overheden onderling de vertegenwoordiging en de financiële aansprakelijkheid van de deelnemers. In het geval een gemeenschappelijke regeling niet meer aan zijn verplichtingen voldoet, dan zijn deelnemende partijen gezamenlijk verantwoordelijk voor een negatief saldo dat ontstaat.

•    Privaatrechtelijke verbonden partij
Van een privaatrechtelijke verbonden partij is sprake als er wordt samengewerkt tussen overheden onderling of tussen overheden en private partijen. De samenwerking is in dat geval geregeld op basis van het Burgerlijk Wetboek. Bij privaatrechtelijke verbonden partijen wordt onderscheid gemaakt in:

-    verenigingen;
-    commanditaire vennootschappen en onderlinge waarborgmaatschappijen;
-    naamloze vennootschappen;
-    besloten vennootschappen of stichtingen.

Voorschriften volgens BBV
In artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording staat welke informatie er bij de begroting en jaarrekening moet worden gepubliceerd. Het gaat dan om:
•    de visie op en de beleidsvoornemens over verbonden partijen, zie programma’s;
•    de lijst van verbonden partijen die wordt onderverdeeld in:
-    gemeenschappelijke regelingen;
-    vennootschappen en coöperaties;
-    stichtingen en verenigingen;
-    overige verbonden partijen.

In de lijst zal per verbonden partij de volgende informatie worden opgenomen:
•    de wijze waarop de gemeente een belang heeft;
•    het verwachte belang van de gemeente aan het begin en het einde van het begrotingsjaar;
•    de verwachte omvang van het eigen en vreemd vermogen aan het begin en het einde van het begrotingsjaar;
•    de verwachte omvang van het financieel resultaat;
•    de eventuele risico’s.

Risico’s
Bij elke verbonden partij is een kopje opgenomen van het risico (laag/middel/hoog) dat de verbonden partij vormt voor de gemeente. Doet zich een risico voor dan is dit bij de verbonden partij vermeld.  

Verbonden partijen
Volgens de regelgeving vanuit de commissie BBV-artikel 15 BBV lid 1 b geven we de bovenstaande informatie schematisch weer, in een lijst van verbonden partijen.
De gemeente heeft de volgende verbonden partijen:
•    Gemeenschappelijke regelingen;
-    GR Samenwerking Noardeast-Fryslân en Leeuwarden
-    GR Veiligheidsregio Fryslân
-    GR Sociaal Domein Fryslan
-    GR Welstandszorg Hûs en Hiem
-    GR Fryske Utfieringstsjinst Milieu en Omjouwing (FUMO)
-    GR Dokwurk
-    GR Mobiliteitsburo Noardeast Fryslân
-    GR Recreatieschap de Marrekrite
•    Vennootschappen en coöperaties;
-    NV Kabeltelevisie Noordoost Friesland
-    Exploitatiemaatschappij Havencomplex Lauwersoog BV
-    NV Stedin groep
-    Afvalsturing Friesland NV (Omrin) (verwerken van afval)
-    Bank Nederlandse Gemeenten
-    Coöperatie OV&E UA (openbare verlichting en energie)
•    Stichtingen en verenigingen;
-    Stichting monumentenbehoud
-    IJswegencentrale Oostergo
•    Overige verbonden partijen;
-    Geen

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen
Centrumregeling samenwerking Noardeast-Fryslân en Leeuwarden (Shared Servicecentrum Leeuwarden) 

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met centrumgemeente.

Programma: 1 Ynwenner en Bestjoer.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De regeling wordt getroffen i.v.m. het tot stand brengen van goede facilitaire voorzieningen (ICT) ter ondersteuning van de uitvoering van de gemeentelijke taken van openbaar belang waarvoor goede ICT-voorzieningen noodzakelijk zijn. Het gaat om bundeling van kennis, personeel en ervaring t.b.v. de openbare dienstverlening aan de burgers (art 2 centrumregeling).

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang:
-     de gemeente Leeuwarden is centrumgemeente als bedoeld in artikel 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (art 3 centrumregeling);
-     het college van B&W van Noardeast-Fryslân verleent bij separaat vast te stellen besluit mandaten, volmachten en machtigingen aan het college van B&W van de centrumgemeente, die nodig zijn om de in het kader van deze regeling te sluiten Service Level Agreement (SLA) en andere te sluiten overeenkomsten, uit te voeren met het Shared Service Centrum. Het college van de centrumgemeente stemt in met de verleende mandaten etc. zoals bedoeld in dit artikel 4 centrumregeling.

•    Financieel belang (art 5 centrumregeling): 
-     in het SLA is nadere uitwerking gegeven aan de regeling;
-     in het SLA en de Servicecatalogus zijn geregeld:
a.   de uitvoeringskaders;
b.   de kwaliteitseisen van de taakuitoefening;
c.   de verdeelsleutel en de wijze waarop Noardeast-Fryslan een financiële bijdrage levert in de kosten die de centrumgemeente maakt voor de uitvoering van de taken.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1
(x € 1.000)
Jaarrekening 31-12
(x  € 1.000)
Financieel belang 2024 p.m. p.m.
Eigen vermogen 2024 p.m. p.m.
Vreemd vermogen 2024 p.m. p.m.

Omvang financieel resultaat jaarrekening: een centrumregeling heeft geen rechtspersoonlijkheid en er zijn dus geen baten, lasten of resultaat als zodanig.

Risicoprofiel: laag.

Veiligheidsregio Fryslân 

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

Programma’s: 1 Ynwenner en Bestjoer en 3 Soarch en Wolwêzen.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De Veiligheidsregio Fryslân is een gemeenschappelijke regeling per 1-1-2014 van alle Friese gemeenten en verzorgt de wettelijke taken op het gebied van veiligheid en gezondheid voor de inwoners van de provincie Fryslân. Activiteiten betreffen o.a. publieke gezondheidszorg, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, het beheer van een gemeenschappelijke meldkamer en het zijn van een platform voor samenwerking voor geallieerde diensten en partners etc.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-      het algemeen bestuur van de regio bestaat overeenkomstig art. 11, lid 1 van de wet, uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten;
-      het dagelijks bestuur bestaat uit:
a.    de voorzitter van het algemeen bestuur;
b.    de voorzitter van de agendacommissie Gezondheid en een lid aan te wijzen uit en door de agendacommissie Gezondheid;
c.    de voorzitter van de agendacommissie Veiligheid en een lid aan te wijzen uit en door de agendacommissie Veiligheid.

De agendacommissie is een bestuurscommissie volgens art 25 Wgr.

•    Financieel belang (art 5 centrumregeling):
Voor de verdeling van de kosten wordt als verdeelsleutel gehanteerd het aantal inwoners van de gemeenten volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de regio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1
(x € 1.000)
Jaarrekening 31-12
(x  € 1.000)
Financieel belang 2025 6.038 6.114
Eigen vermogen 2025 10.661 12.125
Vreemd vermogen 2025 83.065 87.344

Omvang financieel resultaat jaarrekening:  3.643.126.

Risicoprofiel: laag.

Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2018

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met centrumgemeente.

Programma: 3 Soarch en Wolwêzen.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Alle Friese gemeenten zijn een centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2018 aangegaan met als centrumgemeente de gemeente Leeuwarden. Het doel is de beleidsvoorbereiding ten behoeve van de wettelijke taken op terrein van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en participatie en de inkoop ten behoeve van wettelijke taken op het terrein van jeugdzorg en maatschappelijke ontwikkeling doelmatig en kwalitatief hoogwaardig te organiseren met de Friese gemeenten. Bij raadsbesluit van 15 december 2021 is de centrumregeling opnieuw vastgesteld.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-      de gemeente Leeuwarden is een centrumgemeente als bedoeld in art 8 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen;
-      de centrumgemeente wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend door de gastgemeenten om de taken op het terrein van het sociaal domein, waaronder o.a. WMO, Jeugdwet en Participatiewet, namens de gastgemeenten uit te voeren volgens de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling.

•    Financieel belang:
De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet, zoals meest recentelijk vastgesteld door het Centraal Bureau voor Statistiek, op peildatum 1 januari van jaar t-1. Dit geldt voor zowel de uitvoering van taken in het kader van de verplichte wettelijke samenwerking als voor de vrijwillige samenwerking voor de Jeugdwet. De totale kosten worden nagecalculeerd en volledig doorberekend aan de deelnemende gemeenten.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 477 485
Eigen vermogen 2024 0 0
Vreemd vermogen 2024 0 0

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 4.953.000.

Risicoprofiel: laag.

Welstandszorg Hûs en Hiem 

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

Programma: 5 Wenjen en Omjouwing.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Het voorzien van de gemeenten in de welstandsadvisering als bedoeld in de Woningwet en advisering over toepassing van de Monumentenwet.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-      het algemeen bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende gemeenten bedraagt;
-      de raden wijzen hetzij hun voorzitter, hetzij een wethouder van hun gemeente als lid en als plaatsvervangend lid aan;
-      op grond van artikel 13 van de gemeenschappelijke regeling wordt het dagelijks bestuur benoemd uit het algemeen bestuur.

•    Financieel belang:
De gemeente is aansprakelijk voor de financiële tekorten bij Welstands-zorg Hûs en Hiem. Bekostiging geschiedt via een jaarlijkse bijdrage op begrotingsbasis en rekeningbasis.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x €1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 100 134
Eigen vermogen 2024 257 383
Vreemd vermogen 2024 453 425

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 123.212.

Risicoprofiel: laag.

 

Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) 

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

Programma: 5 Wenjen en Omjouwing.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De FUMO is bedoeld voor de uitvoering van taken en bevoegdheden ten behoeve van de deelnemers op het gebied van het milieu- en omgevingsrecht in ruime zin in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder. Ook taken en bevoegdheden op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht behoren hierbij.

Het openbaar lichaam heeft de volgende taken:
-    basistakenpakket: het ten behoeve van de deelnemers uitvoeren van adviserende, voorbereidende en uitvoerende taken die behoren tot het zogenoemde basistakenpakket, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de gemeenschappelijke regeling FUMO 2017;
-    aanvullend takenpakket (facultatief): het ten behoeve van de deelnemers uitvoeren van niet tot het basistakenpakket behorende adviserende, voorbereidende en uitvoerende taken op het terrein van het milieu- en omgevingsrecht, voor zover de betreffende deelnemer daartoe een besluit heeft genomen;
-    adviserende en voorbereidende taken t.b.v. bezwaarprocedures, administratief beroepsprocedures en rechtsgedingen;
-    advisering over en voorbereiding van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur;
-    adviseren over en ontwikkelen van strategische en operationele beleidskaders op het terrein van het milieu- en omgevingsrecht;
-    het in stand houden van een Milieualarm-nummer.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-    gedeputeerde staten wijzen uit hun midden twee leden aan van het algemeen bestuur;
-    de deelnemers (de colleges van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân) wijzen elk uit hun midden één lid aan van het algemeen bestuur;
-    het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, de voorzitter inbegrepen, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen.

•    Financieel belang:
-    de kosten van het basispakket wordt toegerekend op basis van het aantal inrichtingen maal een bedrag per type inrichting;
-    de kosten van de overige taken worden toegerekend op basis van de totale inzet van personeel in uren maal een uurtarief.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1
(x € 1.000)
Jaarrekening 31-12
(x  € 1.000)
Financieel belang 2024 1.399 1.371
Eigen vermogen 2024 1.279 840
Vreemd vermogen 2024 5.327 4.784

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 361.794.

Risicoprofiel: hoog*.

*De gemeente loopt financiële risico’s door haar aandeel in eventuele tekorten bij de FUMO. Daarnaast zorgt de invoering van de Omgevingswet voor onzekerheid over toekomstige taken en kosten binnen de FUMO. Deze factoren leiden gezamenlijk tot een verhoogd risicoprofiel voor de gemeentelijke begroting.

Dokwurk (voor 01-08-2021 Leer- werkbedrijf Noardeast-Fryslân)

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam voor Dantumadiel en de gemeente Noardeast-Fryslân.

Programma’s: 3 Soarch en Wolwêzen en 6 Iepenbiere Romte.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Het openbaar lichaam behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van gesubsidieerde arbeid en (arbeids)re-integratie van de doelgroepen die vallen onder de Participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-     het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente. De gemeenschappelijke regeling is door de colleges van burgemeester en wethouders aangegaan; 
-     het dagelijks bestuur, door en uit het algemeen bestuur gekozen, is zodanig samengesteld dat elke deelnemende gemeente is vertegenwoordigd, waaronder begrepen de voorzitter en een eventueel lid/eventuele leden buiten de kring van het algemeen bestuur.

•    Financieel belang:
-     iedere deelnemende gemeente verbindt zich in beginsel om de volledige rijksmiddelen (inclusief eventueel bijzondere subsidiecomponenten), voor zover deze zijn bedoeld voor de realisatie van de in artikel 3 van de gemeenschappelijke regeling aan het openbaar lichaam opgedragen taken en de gemeentelijke bijdrage op basis van de begroting, op tijd en onverkort te voldoen aan het openbaar lichaam;
-     de deelnemende gemeenten zullen echter steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen richting derden te voldoen.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1
(x € 1.000)
Jaarrekening 31-12
(x  € 1.000)
Financieel belang 2024 1.567 1.567
Eigen vermogen 2024 10.422 15.230
Vreemd vermogen 2024 13.210 12.827

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 4.808.000.

Risicoprofiel: laag.

Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân 

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met bedrijfsvoeringsorganisatie.

Programma: 3 Soarch en Wolwêzen.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytstjerksteradiel en de provincie Fryslân hebben besloten om samen te werken in de regio Noordoost Fryslân op het gebied van het regionale doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. Dit om de leefbaarheid in de regio Noord Oost Fryslân te behouden. Daarvoor hebben zij besloten de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân te treffen.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-    de deelnemende gemeenten en provincie nemen het in de begroting van het mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân voor hen geraamde bedrag voor hun gemeente respectievelijk provincie op in hun begroting;
-    de regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van twee derde van de deelnemers daartoe besluiten. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van het bestuur van de deelnemende gemeenten en provincie tot het bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging.

•    Financieel belang:
-    Artikel 19 GR Bedrijfsvoeringsorganisatie Mobiliteitsburo NOF;
-    variabele vervoerskosten op basis van gebruik vertaald in gebruikseenheden;
-    vaste kosten op basis van aantal leerlingen voor regiekosten op het routevervoer en aantal ritten voor de regiekosten van het vraagafhankelijke vervoer;
-    vaste kosten van het mobiliteitsbureau voor de deelnemende gemeenten op basis van het aantal inwoners.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1
(x € 1.000)
Jaarrekening 31-12
(x  € 1.000)
Financieel belang 2024 2.653 2.717
Eigen vermogen 2024 0 0
Vreemd vermogen 2024 768 1.015

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 0.

Risicoprofiel: laag.

Marrekrite 

Juridische status: gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

Programma: 4 Wurk, Bedriuw en Rekreaasje.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De Marrekrite behartigt binnen de opgedragen taken de gemeenschappelijke belangen van de colleges met als doel een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de recreatie in de provincie Fryslân, rekening houdende met de belangen van natuur en landschap. 
De Marrekrite heeft als taak ter behartiging van het openbaar belang:
•    het bevorderen van waterrecreatie
•    het bevorderen van landrecreatie
•    advisering en ontwikkeling (water- en landrecreatie).

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-     het college van Gedeputeerde Staten en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijzen elk één lid en tenminste één plaatsvervangend lid aan van het algemeen bestuur. De aanwijzing vindt zo spoedig mogelijk plaats.
-     het
 dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vijf andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen.

•    Financieel belang:
-    de geldmiddelen van de Marrekrite worden gevormd door de bijdragen van de colleges en subsidies, schenkingen en overige bijdragen en inkomsten.
-    voor zover de kosten van de Marrekrite niet worden gedekt door subsidies, schenkingen en overige bijdragen en inkomsten wordt hierin als volgt voorzien: Gedeputeerde staten 45% en colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijk 55%;
-    het algemeen bestuur stelt de verdeelsleutel vast op grond waarvan de gezamenlijke bijdrage van de colleges over afzonderlijke gemeenten wordt omgeslagen;
-    de nieuwe bijdrageregeling zal vanaf de begroting 2023 van toepassing zijn. De nieuwe parameters zijn:
a)   domein water: Inwoners: 30%; Meters “steigers”: 40%; Meters “damwand”: 30%
b)   domein land: Inwoners: 30%; Kilometers fietsnetwerk: 40%; Kilometers Wandelnetwerk: 30%
c)   indexatie van 2%.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1
(x € 1.000)
Jaarrekening 31-12
(x  € 1.000)
Financieel belang 2024 67 69
Eigen vermogen 2024 4.328 4.256
Vreemd vermogen 2024 3.867 4.733

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 127.975.

Risicoprofiel: laag.

Vennootschappen en coöperaties

Terug naar navigatie - Paragraaf verbonden partijen - Vennootschappen en coöperaties
NV Kabeltelevisie Noordoost Friesland 

Juridische status: naamloze vennootschap.

Programma’s: Algemiene dekkingsmiddels, Overhead, Heffing VPB en Onvoorzien.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De aanleg, het beheer, het onderhoud, de instandhouding en de exploitatie van centrale antenne-inrichtingen met bijbehorende kabelnetten in de gemeente. 

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
Het stemrecht op grond van aandelen.

•    Financieel belang:
De gemeente Noardeast-Fryslân bezit een groot deel van de aandelen in NV Kabeltelevisie Noordoost Friesland, maar is niet aansprakelijk voor de ontstane tekorten. Het totale aandelenbezit voor Noardeast-Fryslân is 54,85 % (5.485 x € 50). Bij de jaarrekening 2016 is besloten geen dividend uit te keren. De gegevens over de aandelen zijn gebaseerd op de jaarrekening 2016 en zijn in 2025 niet gewijzigd. 

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 274 274
Eigen vermogen 2024 10.465 9.037
Vreemd vermogen 2024 44.634 44.465

Omvang financieel resultaat jaarrekening: -1.427.750

Risicoprofiel: laag.

Exploitatiemaatschappij Havencomplex Lauwersoog BV 

Juridische status: besloten vennootschap.

Programma’s: Algemiene dekkingsmiddels, Overhead, Heffing VPB en Onvoorzien.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De regionale economische ontwikkeling en de werkgelegenheid in de haven.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
Bezit van aandelen, op grond waarvan de gemeente stemrecht heeft.

•    Financieel belang:
De gemeente Noardeast-Fryslân (voormalige gemeente Dongeradeel) bezit een groot deel van de aandelen (45%) in de Exploitatiemaatschappij Havencomplex Lauwersoog, maar is niet aansprakelijk voor de ontstane tekorten. De waarde van het totale aandelenkapitaal is € 18.151.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 8 8
Eigen vermogen 2024 651 651
Vreemd vermogen 2024 781 781

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 166.527.

Risicoprofiel: laag.

NV Stedin groep 

Juridische status: naamloze vennootschap.

Programma’s: Algemiene dekkingsmiddels, Overhead, Heffing VPB en Onvoorzien.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Stedin is een netbeheerder die elektriciteits- en gasnetten aanlegt, beheert en toekomstbestendig maakt. Stedin faciliteert de energiemarkt.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
Bezit van aandelen, op grond waarvan de gemeente stemrecht heeft.

•    Financieel belang: 
De gemeente heeft in totaal 26.870 gewone aandelen en 4.273 preferente aandelen. Vanwege de gemeentelijke fusie zijn deze aandelen per 1-1-2019 overgenomen van de voormalige gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. 

De waarde van één aandeel is € 100 conform de jaarrekening 2024 van de Stedin Groep.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 3.114 3.114
Eigen vermogen 2024 3.221.000 3.370.000
Vreemd vermogen 2024 4.408.000 4.728.000

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 158.000.000.

Risicoprofiel: laag*.

*In de afgelopen periode zijn veel acties geweest om ervoor te zorgen dat Stedin over voldoende kapitaal beschikt voor de noodzakelijke investeringen in betrouwbare netten en de energietransitie. In 2021 hebben de aandeelhouders gezamenlijk € 200 miljoen gestort. In 2023 is de Staat als medeaandeelhouder toegetreden, met een kapitaalinjectie van € 500 miljoen. In 2024 zijn ook de provincies Utrecht en Zeeland aandeelhouder geworden, en nog 7 Utrechtse en 12 Zeeuwse gemeenten. Door de toetreding van andere partijen is de relatieve aandelenbelang iets gedaald. Dit past in het streven naar een evenwichtig aandeelhouderschap.

Afvalsturing Friesland (Omrin) (verwerken van afval)

Juridische status: naamloze vennootschap.

Programma’s: Algemiene dekkingsmiddels, Overhead, Heffing VPB en Onvoorzien.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Uitvoeren van de wettelijke taak huishoudelijk en bedrijfsafval te verwerken op basis van contractafspraken met de gemeente. Doelstelling is dit op een doelmatige, milieu hygiënisch verantwoorde manier te doen en preventie en hergebruik van afval actief te bevorderen.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
Stemrecht op basis van aandelen. De N.V. heeft 3.001 gewone aandelen A met een waarde van € 450 per stuk en 840 gewone aandelen B. Van de 3001 aandelen A zijn er 3.000 aandelen in bezit van de Friese gemeenten. Eén aandeel A is in handen van de GR OLAF en 840 aandelen B zijn in handen van gemeenten buiten Friesland.

•    Financieel belang:
De gemeente Noardeast-Fryslân is betrokken bij de Omrin als aandeelhouder en als klant/leverancier van afval. Het aandeel staat op de balans per 31-12-2024 met de historische aanschafwaarde van € 74.874.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1- (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 75 75
Eigen vermogen 2024 78.528 83.562
Vreemd vermogen 2024 36.732 127.471

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 7.130.000.

Risicoprofiel: laag.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Juridische status: naamloze vennootschap.

Programma’s: Algemiene dekkingsmiddels, Overhead, Heffing VPB en Onvoorzien.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Efficiënt betalingsverkeer van gemeenten.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
Stemrecht op basis van aandelen.

•    Financieel belang:
De gemeente Noardeast-Fryslân bezit een groot aantal aandelen, met een totale waarde per 31-12-2024 van : € 286.040. Deze waarde is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
x € 1.000)
Financieel belang 2024 286 286
Eigen vermogen 2024 4.700.000 4.800.000
Vreemd vermogen 2024 110.800.000 132.200.000

Omvang financieel resultaat jaarrekening: 294.000.000.

Risicoprofiel: laag.

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.

Juridische status: coöperatie.

Programma: 6 Iepenbare Romte.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Het inkopen van energie (Energie-Diensten) ten behoeve van de deelnemende gemeenten in Fryslân en datgene wat daarmee verband houdt. Het beheer en onderhoud van openbare verlichting (OVL-diensten) en van laadinfrastructuur voor elektrische vervoersmiddelen (Laadinfra-Diensten) ten behoeve van de deelnemende gemeenten in Fryslân. 

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
De gemeente Noardeast-Fryslân is een gewoon lid van deze vereniging en heeft stemrecht. De gemeente heeft de plicht om de diensten van de coöperatie af te nemen. Hiervoor moet een overeenkomst worden afgesloten.

•    Financieel belang:
De leden van de coöperatie delen in de winst en het verlies van de coöperatie naar rato van de door hen in het betreffende boekjaar afgenomen OVL-Diensten, Energie-Diensten en Laadinfra-Diensten. Deze toekenning heeft plaats bij op door de raad van commissarissen goedgekeurd voorstel van de directie genomen besluit van de algemene ledenvergadering.

Financieel belang:

  Jaar

Jaarrekening 1-1

(x € 1.000)

Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2023 p.m. p.m.
Eigen vermogen 2023 426 129
Vreemd vermogen 2023 103 2.575

Omvang financieel resultaat jaarrekening: -297.399.

Risicoprofiel: laag.

Stichtingen en verenigingen

Terug naar navigatie - Paragraaf verbonden partijen - Stichtingen en verenigingen
Stichting monumentenbehoud

Juridische status: stichting.

Programma: 5 Wenjen en Omjouwing.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
Het in stand houden en beschermen van de monumenten als bedoeld in de monumentenwet. Het werkgebied is de voormalig gemeente Dongeradeel.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
-    de voorzitter van het dagelijks bestuur wordt door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân voorgedragen en vervult de functie van voorzitter;
-    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân keuren de begroting en jaarrekening goed.

•    Financieel belang:
De voormalige gemeente Dongeradeel, nu gemeente Noardeast-Fryslân, heeft bij de oprichting in 1993 een startkapitaal van € 454 (=1000 gulden) ingebracht.

Financieel belang:

  Jaar Jaarrekening 1-1 (x € 1.000) Jaarrekening 31-12
(x € 1.000)
Financieel belang 2024 0,4 0,4
Eigen vermogen 2024 663 524
Vreemd vermogen 2024 248 116

Omvang financieel resultaat jaarrekening: -139.210.

Risicoprofiel: laag.

Stichting IJswegencentrale

Juridische status: stichting.

Programma: 4 Wurk, Bedriuw en Rekreaasje.

Openbaar en wijze van belang
Openbaar belang:
De gemeenten Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Leeuwarderadeel hebben een IJswegencentrale opgericht met als doel het organiseren van schaatstochten in de regio bij voldoende ijsdikte.

Wijze van belang:
•    Bestuurlijk belang: 
Het bestuur bestaat uit 15 leden, 3 afgevaardigden uit elke deelnemende gemeente en eventueel afgevaardigden van het waterschap.

•    Financieel belang:
De gemeenten Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Leeuwarderadeel geven een bijdrage van 0,045 per inwoner.

Financieel belang:

                                 Jaar   Jaarrekening 1-1 (x € 1.000)  Jaarrekening 31-12 (x € 1.000) 
Financieel belang                                                                                                                                              2024        2 2
Eigen vermogen 2024 64 63
Vreemd vermogen 2024 0

0

Omvang financieel resultaat jaarrekening: -1.654.

Risicoprofiel: laag.

Paragraaf grondbeleid

Terug naar navigatie - - Paragraaf grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Inleiding

De woningmarkt staat onder druk. De krapte houdt aan en de prijsstijging zet door. Tegelijkertijd blijft de nieuwbouwproductie achter.

Nota Grondbeleid 2025 - 2028

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Nota Grondbeleid 2025 - 2028

Het Programma Grondbeleid 2025-2028 is in 2025 door de raad vastgesteld.

In het Programma Grondbeleid 2025-2028 zijn de hoofdlijnen van het te voeren grondbeleid vastgelegd. Tevens worden onderstaande doelen nagestreefd:

  • Het te voeren grondbeleid aanpassen aan de actuele wet- en regelgeving.
  • De raad kaders voor het te voeren grondbeleid vast laten stellen.
  • De uitvoeringsplannen baseren op het vastgestelde grondbeleid.
  • Het creëren van duidelijkheid over grondverwerving en de uitgifte van gronden.
  • Het bieden van inzicht in de wijze waarop grondprijzen tot stand komen.

Het grondbeleid heeft betrekking op de wijze waarop de gemeente haar instrumenten van grondbeleid zo optimaal mogelijk kan inzetten om de beleidsdoelstellingen binnen de gemeentelijke programma’s te verwezenlijken.

Ten aanzien van het te voeren grondbeleid kiest de gemeente primair voor een actief grondbeleid. In gebieden waar de gemeente invloed wil uitoefen op de ontwikkeling c.q. het noodzakelijk is om een ontwikkeling conform de gemeentelijke randvoorwaarden te realiseren, is het mogelijk om actief grondbeleid te voeren. In dit geval is het van belang dat het financiële risico op zowel korte termijn als lange termijn aanvaardbaar is. In het geval van actief grondbeleid zal de raad ten alle tijden in kennis gesteld worden.

Grondexploitatiecomplexen

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Grondexploitatiecomplexen

Aan het begin van het boekjaar waren er negen complexen in exploitatie. Gedurende het boekjaar zijn de complexen Farrewei te Blije, Lou Sanen fase 3 te Easternijtsjerk, Hearewei te Hantum, De Koarte Bún fase 3 te Ie, Siniastrjitte te Ljussens en Mearswei te Nijewier in exploitatie genomen.

In Tabel 1. Totaaloverzicht grondexploitatiecomplexen. is het verloop van de boekwaarde gedurende het boekjaar, de totale winstneming en de balanswaarde aan het einde van het boekjaar na actualisatie per grondexploitatiecomplex gespecificeerd. De boekwaarde van de grondexploitatiecomplexen betreft het saldo van de gerealiseerde kosten en de gerealiseerde opbrengsten. In het geval van een positieve boekwaarde zijn de gerealiseerde kosten hoger dan de gerealiseerde opbrengsten. In het geval van een negatieve boekwaarde zijn de gerealiseerde opbrengsten hoger dan de gerealiseerde kosten.

Tabel 1. Totaaloverzicht grondexploitatiecomplexen

Grondexploitatiecomplex    Afsluiting 

                        Boekwaarde 01-01-2025 

                          Boekwaarde 31-12-2025   Totale winstneming  Balanswaarde
Blije, Farrewei 31-12-2030 n.v.t. 47.358 2 47.358
Dokkum, Betterwird III fase 1A 31-12-2028 191.649 252.252 238.036 490.288
Dokkum, Betterwird III, fase 2 31-12-2033 2.851.495 2.264.740 183.365 2.448.105
Dokkum, Tusken de Fearten 31-12-2030 492.821 169.468 203.794 373.261 
Dokkum, Woudvaart fase 2 31-12-2026 -40.653 -40.687 34.290 -6.396 
Dokkum, Zuiderschans  31-12-2030 1.017.600 283.172 144.532  427.704
Easternijtsjerk, Lou Sânen fase 2 31-12-2034 n.v.t. 240.458 0 240.458 
Hantum, Hearewer 31-12-2029 n.v.t. 52.771 n.v.t. 52.771 
Holwert, De Morgenzon 31-12-2030 136.225 294.353 8.490 302.843 
Ie, De Koarte Bún fase 3 31-12-2032 n.v.t. 98.996 0 98.996 
Kollumersweach, Cedelshof 31-12-2030 406.954 -91.493 n.v.t. -91.493 
Ljussens, Siniastrjitte 31-12-2031 n.v.t. 136.838 n.v.t. 136.838 
Marrum, Easterstrjitte-Sinnebuorren 31-12-2027 152.068 -32.857 n.v.t. -32.857 
Nijewier, Mearswei 31-12-2031 n.v.t. 83.949 n.v.t. 83.949 
Westergeast, De Dwarsikkers 31-12-2027 -8.743 -56.276 15.046 -41.228 
Totaal   5.199.416 3.703.042 827.556 4.530.597 

Aan het einde van het boekjaar zijn er geen complexen afgesloten.

Verliesvoorziening

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Verliesvoorziening

Hantum, Hearewei 

Gedurende het boekjaar is het complex Hearewei te Hantum door de raad vastgesteld. Op het moment van vaststelling bedroeg het te verwachten resultaat van het complex op basis van de eindwaarde € 1.343 positief. Het te verwachten resultaat is na actualisatie op basis van de eindwaarde € 22.010 negatief. Voor het te verwachten negatieve resultaat is een verliesvoorziening gevormd. Aan het einde van het boekjaar bedraagt de stand van de verliesvoorziening € 22.010.

Kollumersweach, Cedelshof

Het te verwachten resultaat van het complex Cedelshof te Kollumersweach is na actualisatie op basis van de eindwaarde € 46.216 negatief. Voor het te verwachten negatieve resultaat is een verliesvoorziening gevormd. Het te verwachten negatieve resultaat is na actualisatie afgenomen. De verliesvoorziening neemt door de afname van het te verwachten negatieve resultaat met € 15.338 af. Aan het einde van het boekjaar bedraagt de stand van de verliesvoorziening € 46.216.

Ljussens, Siniastrjitte

Gedurende het boekjaar is het complex Siniastrjitte te Ljussens door de raad vastgesteld. Op het moment van vaststelling bedroeg het te verwachten resultaat van het complex op basis van de eindwaarde € 107.209 negatief. Voor het te verwachten negatieve resultaat is een verliesvoorziening gevormd. Het te verwachten negatieve resultaat is na actualisatie toegenomen. De verliesvoorziening neemt door de toename van het te verwachten negatieve resultaat met € 13.554 toe. Aan het einde van het boekjaar bedraagt de stand van de verliesvoorziening € 120.763.

Marrum, Easterstrjitte-Sinnebourren

Het te verwachten resultaat van het complex Easterstrjitte-Sinnebourren te Marrum is na actualisatie op basis van de eindwaarde € 118.673 negatief. Voor het te verwachten negatieve resultaat is een verliesvoorziening gevormd. Het te verwachten negatieve resultaat is na actualisatie toegenomen. De verliesvoorziening neemt door de toename van het te verwachten negatieve resultaat met € 97.192 toe. Aan het einde van het boekjaar bedraagt de stand van de verliesvoorziening €118.673.

Nijewier, Mearswei

Gedurende het boekjaar is het complex Mearswei te Nijewier door de raad vastgesteld. Op het moment van vaststelling bedroeg het te verwachten resultaat van het complex op basis van de eindwaarde € 142.287 negatief. Voor het te verwachten negatieve resultaat is een verliesvoorziening gevormd. Het te verwachten negatieve resultaat is na actualisatie toegenomen. De verliesvoorziening neemt door de toename van het te verwachten negatieve resultaat met € 15.061 toe. Aan het einde van het boekjaar bedraagt de stand van de verliesvoorziening € 157.348.

In Tabel 2. Totaaloverzicht verliesvoorziening. is het verloop van de verliesvoorziening gedurende het boekjaar per grondexploitatiecomplex gespecificeerd. Op basis van het Programma Grondbeleid 2025-2028 komt de nutatie ten bedrage van € 132.480 ten laste van de reserve woningbouwontwikkeling.

Tabel 1. Totaaloverzicht grondexploitatiecomplexen

Grondexploitatiecomplex Stand begin boekjaar Stand bij vaststelling Mutatie Stand einde boekjaar
Hantum, Hearewei n.v.t. n.v.t. 22.010 22.010
Kollumersweach, Cedelshof 61.554 n.v.t. -15.338 46.216
Ljussens, Siniastrjitte n.v.t. 107.209 13.554 120.763
Marrum, Easterstrjitte-Sinnebuorren 21.481 n.v.t. 97.192 118.673
Nijewier, Mearswei n.v.t. 142.287 15.062 157.349
Totaal 83.035 249.496 132.480 465.011

 

Winstneming grondexploitatiecomplexen

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Winstneming grondexploitatiecomplexen

Op grond van Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de gemeente bij grondexploitatiecomplexen tussentijds winst te nemen conform de Percentage of Completion-methode. Het uitgangspunt van de Percentage of Completion-methode is de tot en met het huidige boekjaar gerealiseerde kosten en opbrengsten, ten opzichte van de totale kosten en opbrengsten. In Tabel 3. Winstneming. is de totale winstneming op basis van de Percentage of Completion-methode na actualisatie per grondexploitatiecomplex gespecificeerd.

Tabel 3. Winstneming

Grondexploitatiecomplex Eindresultaat PoC-percentage (%) Totale winstneming
Blije, Farrewei 5.203 0,00 0
Dokkum, Betterwird III fase 1A 311.615 76,39 238.036
Dokkum, Betterwird III, fase 2 1.472.110 12,46 183.365
Dokkum, Tusken de Fearten 914.149 22,29 203.794
Dokkum, Woudvaart fase 2 68.036 50,40 34.290
Dokkum, Zuiderschans  812.238 17,79 144.532
Easternijtsjerk, Lou Sânen fase 2 373.703 0,00 0
Hantum, Hearewei -22.010 n.v.t. n.v.t.
Holwert, De Morgenzon 70.696 12,01 8.490
Ie, De Koarte Bún fase 3 23.404 0,00 0
Kollumersweach, Cedelshof -46.216 n.v.t. n.v.t.
Ljussens, Siniastrjitte -120.763 n.v.t. n.v.t.
Marrum, Easterstrjitte-Sinnebuorren -118.673 n.v.t. n.v.t.
Nijewier, Mearswei -157.348 n.v.t. n.v.t.
Westergeast, De Dwarsikkers 34.019 44,23 15.046
Totaal 3.620.164   827.554

Het te verwachten resultaat van de grondexploitatiecomplexen tezamen bedraagt op basis van de eindwaarde na actualisatie € 3.620.164. Het te verwachten resultaat van de grondexploitatiecomplexen Hearewei te Hantum, Cedelshof te Kollumersweach,  Siniastrjitte te Ljussens, Easterstrjitte-Sinnebuorren te Marrum en Mearswei te Nijewier is negatief. Om deze reden is winstneming op basis van de Percentage of Completion-methode niet van toepassing.

In Tabel 4. Specificatie winstneming. is de winstneming op basis van de Percentage of Completion-methode na actualisatie per boekjaar en grondexploitatiecomplex gespecificeerd.

 

Tabel 4 Specificatie winstneming

Grondexploitatiecomplex Totale winstneming 2017 - 2022 2023 2024 2025
Blije, Farrewei 0 0 0 0 0
Dokkum, Betterwird III fase 1A 238.036 214.394 29.748 51.288 -57.394
Dokkum, Betterwird III, fase 2 183.365 0 10.835 -1.017 173.547
Dokkum, Tusken de Fearten 203.794 0 0 10.071 193.723
Dokkum, Woudvaart fase 2 34.290 38.011 -104 -1.967 -1.650
Dokkum, Zuiderschans  144.532 0 0 0 144.532
Easternijtsjerk, Lou Sânen fase 2 0 0 0 0 0
Hantum, Hearewei n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Holwert, De Morgenzon 8.490 0 0 81 8.410
Ie, De Koarte Bún fase 3 0 0 0 0 0
Kollumersweach, Cedelshof n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t 0
Ljussens, Siniastrjitte n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t n.v.t.
Marrum, Easterstrjitte-Sinnebuorren n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t n.v.t.
Nijewier, Mearswei n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t n.v.t.
Westergeast, De Dwarsikkers 15.046 0 0 5.228 9.818
Totaal 827.554 252.405 40.479 63.684 470.986

De totale winstneming van de grondexploitatiecomplexen tezamen bedraagt na actualisatie € 827.554. In de voorgaande boekjaren is een tussentijdse winst ten bedrage van € 356.568 genomen. Aan het einde van het boekjaar is een tussentijdse winst ten bedrage van 470.986 genomen. Op basis van het Programma Grondbeleid 2025-2028 komt € 211.950 ten gunste van de reserve woningbouwontwikkeling en € 259.035 ten gunste van de reserve bedrijventerreinen.

Nog te realiseren kosten en opbrengsten

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Nog te realiseren kosten en opbrengsten

In Tabel 5. Specificatie nog te realiseren kosten en opbrengsten. zijn de nog te realiseren kosten en opbrengsten per 31-12-2025 per grondexploitatiecomplex gespecificeerd.

De boekwaarde van de grondexploitatiecomplexen betreft het saldo van de gerealiseerde kosten en de gerealiseerde opbrengsten tot en met 31-12-2025. De nog te realiseren kosten zorgen voor een verhoging van de boekwaarde en de nog te realiseren opbrengsten zorgen voor een verlaging van de boekwaarde. De boekwaarde per 31-12-2025 vermeerderd met de nog te realiseren kosten en verminderd met de nog te realiseren opbrengsten resulteert in het eindresultaat.

Tabel 5 Specificatie nog te realiseren kosten en opbrengsten

Grondexploitatiecomplex Boekwaarde 31-12-2025 Nog te realiseren kosten Nog te realiseren opbrengsten Eindresultaat
Blije, Farrewei 47.358 270.186 322.747 5.203
Dokkum, Betterwird III fase 1A 252.252 332.677 896.542 311.613
Dokkum, Betterwird III, fase 2 2.264.740 1.792.338 5.529.189 1.472.110
Dokkum, Tusken de Fearten 169.468 1.338.476 2.422.094 914.150
Dokkum, Woudvaart fase 2 -40.687 53.932 81.283 68.037
Dokkum, Zuiderschans  283.172 749.302 1.844.713 812.238
Easternijtsjerk, Lou Sânen fase 2 240.458 1.095.735 1.709.896 373.703
Hantum, Hearewei 52.771 71.210 101.972 -22.010
Holwert, De Morgenzon 294.353 448.725 813.774 70.696
Ie, De Koarte Bún fase 3 98.996 487.370 609.771 23.404
Kollumersweach, Cedelshof -91.493 705.450 567.740 -46.217
Ljussens, Siniastrjitte 136.838 656.404 672.478 -120.764
Marrum, Easterstrjitte-Sinnebuorren -32857 241.239 89.708 -118.674
Nijewier, Mearswei 83.949 412.665 339.265 -157.348
Westergeast, De Dwarsikkers -56.276 120.542 98.285 34.019
Totaal 3.703.042 8.776.253 16.099.457 3.620.162

 

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf grondbeleid - Risico's

Er is geen bestemmingsreserve voor de mogelijke risico’s gevormd. Jaarlijks worden de mogelijke risico’s geïnventariseerd en gekwalificeerd. Het betreft onder andere het risico van kostenstijging en rentestijging. Tevens is het mogelijk om specifieke risico’s aan specifieke grondexploitatiecomplexen toe te kennen.