Programma's, doelen, ontwikkelingen en bezuinigingen

In deze kadernota 2027 is de eerste bezuinigingsronde verwerkt (dat is namelijk een onderdeel van de huidige vastgesteld begroting 2026-2029, ook wel Lijst A genoemd).

Gezien het verwachte structurele begrotingsresultaat voor de komende jaren heeft de Raad in 2025 het college verzocht om een tweede bezuinigingsronde voor te bereiden.  Deze tweede ronde is geen onderdeel van Kadernota 2027.   De uitkomst van deze tweede ronde zal met de Raad worden gedeeld bij de behandeling van de Begroting 2027-2030.

 

Technische uitgangspunten Kadernota

Terug naar navigatie - Programma's, doelen, ontwikkelingen en bezuinigingen - Technische uitgangspunten Kadernota

De algemene technische uitgangspunten voor het opstellen van de kadernota zijn:

De raming van lasten en baten van bestaand beleid vindt plaats op basis van analyses en niet uitsluitend op basis van inflatie indexering.
De raming van gemeentelijke bijdragen aan externe instanties vindt plaats op basis van de meest recente begrotingen van deze partijen.
Voor de meerjarenbegroting wordt geraamd op basis van constante prijzen. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten en incidentele baten zijn voornamelijk dekkingsmiddel voor incidentele lasten.
De algemene reserves en de weerstandscapaciteit voldoen aan normen die zijn gebaseerd op een risicoanalyse (op te nemen in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen).

De financierings- en schuldpositie en het kasstroomsaldo voldoen aan de normen van de Economische Monetaire Unie (EMU) en de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën).

Door middel van de in de begroting opgenomen onderhoudsplannen wordt te allen tijde ruimte gelaten voor onderhoud van kapitaalgoederen in overeenstemming met de door de raad vastgelegde kwaliteitsniveaus.
Vrijvallende kapitaallasten van vervangingsinvesteringen met betrekking tot de bedrijfsvoering blijven beschikbaar voor noodzakelijke vervangingen in de bedrijfsvoering.

Technische begrotingsparameters

Terug naar navigatie - Programma's, doelen, ontwikkelingen en bezuinigingen - Technische begrotingsparameters

Bij het opstellen van de begroting en deze kadernota wordt uitgegaan van de volgende parameters.

Begrotingsparameter Aan te houden waarde
Prijseffect bij interne budgetten (m.b.t. de leveringen binnen de gemeente) Geen vaste aanpassingen, maximaal volgens de Prognose van de HCPI (geharmoniseerde consumentenprijsindex) van het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2026: 1,9 %.
Prijseffect bij externe budgetten (uitgaven) Geen vaste indexering, eveneens maximaal volgens CPB-prognose van maart  2026:  1,9%.
Indexatie van de kapitaalslasten bij toekomstige vervangingsinvesteringen Indexatie percentage van 2,3 % (conform indexatie overheidsinvesteringen) 
Rente %  (voor lasten inzake kort geld,  financieringen ,  kapitaallasten) Uitgegaan wordt van  een rente percentage van 3,5%  (gemiddelde Bank Nederlandse Gemeenten)
Cao-loonstijgingspercentage (betreft stijging bovenop periodieke loonstijging) In deze kadernota is de recent afgesloten Gemeente CAO 2025-2027 verwerkt.  Voor verdere jaren is een indexatie van 4,2% gehanteerd (conform loonvoet sector overheid)

 

Meicirculaire 2026

Terug naar navigatie - Programma's, doelen, ontwikkelingen en bezuinigingen - Meicirculaire 2026

Meicirculaire 2026:  tegenvallende rijksbijdragen uit Den Haag.

De meicirculaire informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen – inclusief die voor het sociaal domein - en de decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast bevat de circulaire informatie over andere financiële onderwerpen die voor de gemeenten van belang zijn. 

Na het verwerken van de Meicirculaire 2026 blijkt dat de ontwikkeling van de gemeentelijke  kosten (inflatie/indexatie/autonome verhogingen) hoger is dan de ontwikkeling van de compenserende Rijksuitkeringen vanuit Den Haag.  De lastenstijgingen worden niet volledig gedekt.

Alle jaren vanaf 2027 laten een negatief begrotingssaldo zien,  variërend  van € 1,5 mln. tot € 6,7 mln.   Het verwerken van een tweede bezuinigingsronde is vanaf 2027 noodzakelijk om een sluitende begroting te krijgen, de lasten moeten worden aangepast maar ook een analyse van ruimte scheppende maatregelen (meer baten) is noodzakelijk.