Programma 3: Soarch en Wolwêzen

Bijdrage aan SDG's

Terug naar navigatie - Programma 3: Soarch en Wolwêzen - Bijdrage aan SDG's

Hoofddoelstelling

Terug naar navigatie - Programma 3: Soarch en Wolwêzen - Hoofddoelstelling

Inwoners van Noardeast-Fryslân zijn vitaal en doen mee aan de samenleving.  

Kerndoelstellingen

Terug naar navigatie - Programma 3: Soarch en Wolwêzen - Kerndoelstellingen

1. Bevorderen van een gezonde en vitale leefstijl.

De gemeente stimuleert inwoners om fysiek en mentaal gezond te blijven door preventieprogramma’s, toegankelijke sport- en beweegmogelijkheden en het versterken van sociale veerkracht. Hierbij wordt samengewerkt met lokale zorgpartners, onderwijs en sportaanbieders.

2. Vergroten van participatie en zelfredzaamheid.

Inwoners worden gestimuleerd en ondersteund om actief deel te nemen aan de samenleving—via werk, vrijwilligerswerk, onderwijs of sociale activiteiten. Drempels om mee te doen worden verlaagd door heldere toegang tot ondersteuning, begrijpelijke informatie en passende begeleiding.

3. Versterken van sociale samenhang en een inclusieve leefomgeving.

De gemeente werkt met inwoners en maatschappelijke partners aan sterke, verbonden dorpen en wijken waar iedereen mee kan doen. Initiatieven die ontmoeting, onderlinge hulp en toegankelijkheid bevorderen worden gestimuleerd en waar nodig gefaciliteerd.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Programma 3: Soarch en Wolwêzen - Ontwikkelingen

Uitdagingen in het sociaal domein:

  1. Toenemende druk door vergrijzing en complexere/multi problematiek zorgvragen
  2. Krapte en mismatch op de arbeidsmarkt
  3. Druk op huisvesting voor kwetsbare groepen en statushouders
  4. Groeiende financiële druk door stijgende zorgkosten en onzekerheid doordat gemeenten steeds vaker afhankelijk zijn van incidentele rijksmiddelen

 Inzetten op:

  1. De brede beweging van zorg naar gezondheid en welzijn: nadruk op preventie, participatie, positieve gezondheid, fysiek en mentaal en sociale verbondenheid. Vragen/uitdagingen in een vroeg stadium herkennen om zwaardere (en duurdere) zorgtrajecten te voorkomen.
  2. Beleid overstijgende, integrale en gebiedsgerichte samenwerking als randvoorwaarde binnen het sociaal domein. Hulpvragen worden niet apart per wet, maar waar mogelijk in samenhang opgepakt.  
  3. Meer samenwerking opzoeken met informele ondersteuning (vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en mantelzorgers).
  4. Digitalisering en technologische ondersteuning in zorg en sociaal werk (AI).
  5. Beweging naar een inclusieve samenleving met aandacht voor toegankelijkheid, bestaanszekerheid en gelijke kansen. Zorgen dat mensen (weer) een rol vervullen in de maatschappij, of dit nu gaat om werk, school, of sociale contacten in de buurt.
  6. Versterken van ouderschap en opvoedkracht als basis van preventie en gezond/kansrijk opgroeien. Hoe je bent opgevoed en opgegroeid bepaald hoe je op een latere leeftijd omgaat met uitdagingen.
  7. Zelfredzaamheid en eigen kracht, of met ondersteuning van eigen netwerk.