Inleiding

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Op 11 juli 2024 heeft gemeente Noardeast-Fryslân de kadernota behandeld. Een kadernota waarbij de contouren van de begroting grotendeels de revue zijn gepasseerd. De uitkomst van de kadernota was dat het eerste jaren positief was en dat vanaf 2026 een structureel tekort zichtbaar werd.

De begroting die voor u ligt, laat grotendeels hetzelfde beeld zien. Het structureel tekort vanaf 2026 is gelijkmatiger en vanaf 2028 hoger dan bij de Kadernota. Het verloop ziet er als volgt uit:

Bedragen (x 1.000) 2025 2026 2027 2028
Exploitatiesaldo Kadernota 2025-2028 4.566 -2.080 -2.999 -1.076
Mutaties t.o.v. Kadernota 1.574 467 1.282 -913
Primitieve begroting 2025-2028 6.140 -1.613 -1.717 -1.989

Bij het onderdeel verschillenverklaring worden de afwijkingen ten opzichte van de kadernota toegelicht. 

Bij de besluitvorming over de kadernota heeft de raad 1 motie aangenomen die raakvlakken heeft met de begroting. Bij de stand van de eenmalige middelen wordt de motie en verwerking nader toegelicht. 

De begroting 2025 is de tweede begroting van de gemeente Noardeast-Fryslân na de ontvlechting. 

De majeure projecten waar vanaf 2025 in het bijzonder op gerapporteerd gaat worden zijn:
-    Harddraverspark
-    Tolhuispark
-    Súd Ie
-    MFC Birdaard
-    Noordelijke Stadsentree
-    Rondweg Wânswert
-    Campus Kollum
-    Scholenpark Dokkum
-    Klimaatplan
-    Centrale huisvesting 
-    Mobiliteitsplan 

Uitgangspunten van de begroting

Terug naar navigatie - Uitgangspunten van de begroting

Uitgangspunt voor de begroting 2025-2028 is de Kadernota 2025-2028. Na de Kadernota zijn er nog diverse mutaties geweest die van invloed zijn op het begrotingssaldo.

De provincie heeft als toezichthouder een wettelijke plicht om gemeentelijke begrotingen te toetsen op structureel en reëel evenwicht. De toets vindt eerst plaats op het begrotingsjaar en als deze niet in evenwicht is moet aangetoond worden dat het evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming wordt hersteld. Hierbij mag geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief waarbij in de opvolgende begrotingen alleen de laatste jaarschijf sluit. Het is dus belangrijk om het begrotingsjaar structureel in evenwicht te hebben en te houden. 

Voor het financieel beleid wordt als uitgangspunt genomen dat er ruimte voor nieuw beleid aanwezig is, met als randvoorwaarde dat er sprake is van een structureel en reëel sluitende begroting en dat daarnaast de Algemene reserve gedurende de hele begrotingsperiode aan de minimum vastgestelde randvoorwaarde moet voldoen.

Algemene financiële uitgangspunten
De algemene technische uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025 zijn: 
-    De raming van lasten en baten van bestaand beleid vindt plaats op basis van analyses en niet uitsluitend op basis van inflatie indexering. 
-    De raming van gemeentelijke bijdragen aan externe instanties vindt plaats op basis van de meest recente begrotingen van deze partijen.
-    Voor de meerjarenbegroting wordt geraamd op basis van constante prijzen.
-    Structurele lasten worden gedekt door structurele baten en incidentele baten zijn voornamelijk dekkingsmiddel voor incidentele lasten.
-    De algemene reserves en de weerstandscapaciteit voldoen aan normen die zijn gebaseerd op een risicoanalyse (op te nemen in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen). 
-    De financierings- en schuldpositie en het kasstroomsaldo voldoen aan de normen van de Economische Monetaire Unie (EMU) en de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën). 
-    Door middel van de in de begroting opgenomen onderhoudsplannen wordt te allen tijde ruimte gelaten voor onderhoud van kapitaalgoederen in overeenstemming met de door de raad vastgelegde kwaliteitsniveaus. 
-    Vrijvallende kapitaallasten van vervangingsinvesteringen met betrekking tot de bedrijfsvoering blijven beschikbaar voor noodzakelijke vervangingen in de bedrijfsvoering.

Bij het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de volgende technische parameters.

Begrotingsparameter Aan te houden waarde
Prijseffect bij interne budgetten (m.b.t. de leveringen binnen de gemeente) Geen vaste aanpassingen, maximaal volgens de Prognose van de HCPI (geharmoniseerde consumentenprijsindex) van het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2024, historisch gecorrigeerd: 1,9%. 
Prijseffect bij externe budgetten (uitgaven) Geen vaste indexering, eveneens maximaal volgens
CPB-prognose van de HCPI 2024, historisch gecorrigeerd: 1,9%. 
Rente % (voor interne verrekeningen: kosten kort geld, rekenrente reserves, kapitaallasten) Uitgegaan wordt van het volgens BBV-bepalingen berekende omslagpercentage. Voor 2025 is deze vastgesteld op 1,04%
Cao-loonstijgingspercentage (betreft stijging bovenop periodieke loonstijging)  Loonvoet sector overheid op basis van CBP CEP raming maart 2024, historisch gecorrigeerd: 5,7%. 

Uitgangspunten tariefbeleid 2025
In het hiernavolgende schema zijn de uitgangspunten voor de componenten van het tariefbeleid opgenomen.

(Belasting)tarieven Uitgangspunten 
Onroerendezaakbelasting (OZB) Indexatie OZB met 6,22% (gewogen gemiddelde van woningen en niet-woningen).
Afvalstoffenheffing 100% kostendekkend, inclusief de component BTW–compensatie. 
Rioolrechten 100% kostendekkend, inclusief de component BTW–compensatie. 
Leges Verhoging tarieven afhankelijk van kostenniveau, berekend op basis van het model opgesteld door de Adviesgroep Nederlandse Gemeenten (ANG-model).
Begraafrechten Indexatie tarieven met 1,9%.
Tarieven sportaccommodaties (binnen– en buitensport) Tarieven volgens vastgesteld beleidsplan.

Uitgangspunten beleidsindicatoren
De uniforme set van beleidsindicatoren is voorgeschreven in het BBV. Hierin is aan de gemeenten opgelegd gebruik te maken van een basis set van beleidsindicatoren voor de begroting en de verantwoordingsstukken. Het doel hiervan is om de resultaten van beleidsmatige inspanningen van gemeenten beter inzichtelijk te maken en te kunnen vergelijken met het landelijke gemiddelde. 

De set van beleidsindicatoren is ondergebracht bij het betreffende programma binnen de begroting. Een klein aantal beleidsindicatoren, welke betrekking hebben op de eigen organisatie, worden door gemeenten zelf ingevuld. Voor de overige beleidsindicatoren dient gebruikt te worden gemaakt van de website www.waarstaatjegemeente.nl. Ook de definities van de diverse beleidsindicatoren worden op deze website nader toegelicht. Voor wat betreft de actualiteit van de maatstaven kunnen grote verschillen bestaan. Het jaar waarover wordt gerapporteerd staat bij de betreffende indicator vermeld. 

Resultaat begroting

Terug naar navigatie - Resultaat begroting

In de financiële overzichten vindt u een overzicht van de meerjarenbegroting 2025-2028 per programma (baten en lasten), inclusief reserve mutaties. Het begrote resultaat 2025 bedraagt € 6,1 miljoen positief. Het meerjarige beeld is helaas negatief: het tekort loopt op van € 1,6 miljoen tot € 2,0 miljoen in de laatste jaarschijf.

Ten opzichte van de Kadernota willen we een onderwerp specifiek benoemen: 

  • Europacoördinator: we stellen voor -in aanvulling op de Kadernota -incidenteel extra middelen beschikbaar te stellen voor een Europacoördinator. Deze maakt, naast de aansluiting bij het EuropaPact-Fryslân onderdeel uit van de “Aanpak Europa”. Wij hebben de “Aanpak Europa” aan u gepresenteerd in It Petear van 25 april 2024 en vervolgens de  “Startnotitie Aanpak Europa” aan u verzonden, op 11 juni 2024. 
    De aanpak bestaat o.a. uit deelname aan het EuropaPact Fryslân en de genoemde aanstelling van een Europacoördinator. De Europacoördinator brengt subsidiekansen voor onze gemeente in beeld en speelt daar op in, borgt de coördinatie van de activiteiten t.b.v. Europa binnen onze organisatie en kan proactief anticiperen op gemeentelijke, regionale, provinciale, landelijke en Europese ontwikkelingen. Via de Kadernota was enkel de financiering van deelname aan het EuropaPact opgenomen en niet de kosten voor de Europacoördinator. Wij stellen voor dat in de voorliggende begroting recht te trekken. 
    Het betreft een incidenteel budget van €53.000 voor de jaren 2025 tot en met 2027, die ten laste van de algemene reserve kan worden gebracht. In 2026 volgt een eerste tussentijdse evaluatie van het ingezette Europabeleid. Bij een positieve evaluatie kan op dat moment ook een voorstel voor structurele functie volgen.

Verschillenverklaring 
Ten opzichte van de Kadernota wijkt de begroting af. In de volgende tabel worden deze wijzigingen weergegeven.

Bedragen (x € 1.000) 2025 2026 2027 2028
Exploitatiesaldo Kadernota 2025-2028 4.566 -2.080 -2.999 -1.076
Mutaties t.o.v. Kadernota 1.574 467 1.282 -913
Primitieve begroting 2025-2028 6.140 -1.613 -1.717 -1.989

De mutaties ten opzichte van de kadernota zijn de volgende:

Bedragen (x 1.000) 2025 2026 2027 2028
Sociaal Domein        
01 Reïntegratie -376 -460 -587 -721
02 Huisvesting statushouders   -1.100 -1.100 -1.100
Belastingen en Leges        
03 OZB 248 248 248 248
Algemiene Dekkingsmiddels        
04 Stelpost Jeugdzorg   1.100 1.100 1.100
Bedrijfsvoering        
05 Uitgangspunt Kadernota 270      
06 Cao en personeel 245 245 245 245
07 Kapitaallasten 1.600 1.391 1.156 -275
08 Doorbelastingen naar de exploitatie in plaats van naar tarieven -246 -246 -246 -246
09 Overig -167 -711 466 -163
Totaal mutaties 1.574 467 1.282 -913

Toelichting 
1.    Reïntegratie

In de 1e tussenrapportage zijn de (structurele) baten van de algemene uitkering ten aanzien van reïntegratie meegenomen, maar de structurele lasten zijn abusievelijk niet meegenomen in het meerjarenbeeld.

2. Huisvesting statushouders

Bij de Kadernota hebben we aangegeven te wachten op rijksfinanciering voor deze opgave. Daarover is geen duidelijkheid gekomen. Het betreft wel een wettelijke taakstelling -het hier genoemde bedrag gaat om onze wettelijke verplichting-  en daarom nemen we de lasten op in de begroting 2025. In 2025 gaan we hiermee starten. Omdat op dit moment nog onduidelijk is welk budget in 2025 benodigd is, komen we hierop terug bij de 1e turap 2025 (inclusief eventueel benodigde incidentele dekking).

3.    OZB

De autonome stijging van de onroerende zaak belasting (o.a. als gevolg van areaaluitbreiding) leidt tot een hogere inkomst.

4. Uitgangspunt Kadernota

In de Kadernota heeft een omdraaiing van getallen plaatsgevonden, waardoor in 2025 per ongeluk € 6,583 miljoen als uitgangspunt raming primitieve begroting 2024-2027 is gebruikt in plaats van € 6,853 miljoen.

5. Stelpost Jeugdzorg

We herintroduceren de stelpost Jeugd omdat we reëel begroten. Uit de Miljoenennota is gebleken dat de gemeenten structureel worden gecompenseerd voor de macro € 500 miljoen besparing op de Jeugdzorg die het vorige kabinet had besloten. Door herintroductie van de stelpost kunnen wij deze middelen opvoeren in de begroting, nu blijkt dat ze daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd.

6.    CAO en personeel

Ten opzichte van de Kadernota zien we op het onderdeel loonkosten -en indexatie van loonkosten- een structureel voordeel ten opzichte van de inschatting bij de Kadernota.

7.    Kapitaallasten

De kapitaallasten zijn geactualiseerd na vaststelling van de jaarstukken 2023. De structurele effecten zijn meegenomen in deze begroting. Er ontstaan voordelen door renteverschillen en uitstel van geplande investeringen.

8. Doorbelastingen naar de exploitatie in plaats van naar tarieven

Met name als gevolg van een lager bedrag aan kwijtscheldingen en een lagere overhead stijgen de kosten die ten laste van de exploitatie blijven en niet kunnen worden doorbelast aan kostendekkende activiteiten.

9.    Overig
In bovenstaande verschillenverklaring zijn alleen bedragen groter dan € 100.000 meegenomen. De openbare inrichting van de Prinslocatie en Houtkolk wijkt qua lasten enigszins af van het beeld uit de Kadernota: vanaf 2028 hebben we kapitaallasten verwerkt voor deze investering. Het saldo van de overige verschillen bedraagt in 2025 € 312.000.

 

Stand van de eenmalige middelen

Terug naar navigatie - Stand van de eenmalige middelen

In het bijlagenboek van de begroting is de staat van reserves en voorzieningen opgenomen met de stand per 1 januari 2025 van de Algemene reserve van € 5,8 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met de doorlopende verplichtingen uit 2024 en met onttrekkingen en toevoegingen in 2024. Het verwachte eindsaldo op transactiebasis per 31 december 2025, rekening houdend met de meerjarige mutaties, bedraagt € 9,9 miljoen en op dit bedrag rusten geen verplichtingen. 

De algemene reserve (vrij besteedbaar) van € 5,8 miljoen en de reserve ter dekking van de risico’s van € 7,4 miljoen, worden samen de incidentele weerstandscapaciteit genoemd. 

Daarnaast hebben we de reserve Ontwikkelfonds waaruit ontwikkelimpulsen binnen onze gemeente kunnen worden bekostigd. In het bijlagenboek zijn alleen de daadwerkelijk besloten onttrekkingen en toevoegingen meegenomen in de stand van de reserve. Naast de besluitvorming is bij de Ontwikkelreserve ook sprake van voornemens tot beslag op deze reserve: daarbij valt te denken aan Holwerd aan Zee en aan het MFC Burdaard. Als gevolg van deze voornemens dalen de beschikbare middelen tot ca. € 1,2 miljoen.

Amendementen en moties Kadernota 
Tijdens de behandeling van de Kadernota 2025-2028 zijn er 4 moties aangenomen. Een van de moties raakt de begroting. Hieronder geven we de status en de wijze van verwerking in de begroting aan:

Motie Slûske en Opfearten

De motie heeft betrekking op het opknappen van de Noordervaartsluis inclusief aanpassingen aan 2 duikers in de Ealsumerfeart. Deze motie is financieel verwerkt in de begroting met als dekking  de reserve Ontwikkelfonds. Hiervoor is een bedrag van € 650.000 beschikbaar gesteld.